Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij een aantal patiënten, gelijk uit het volgende hoofdstuk zal blijken, zoowel de kalium- als de calciumspiegel in het bloed bepaald werd.

De antagonistische rol, die deze ionen spelen, is slechts een onderdeel van de algemeene ionenwerking. Onze wetenschap daaromtrent gaat terug tot S i d n e y R i n g e r, wiens onderzoekingen van het einde der vorige eeuw dateeren en Jacques Loeb, die in het begin van deze eeuw zijn ontdekkingen over de ontwikkeling van de eieren van den fundulus heteroelitus met betrekking tot de ionensamenstelling van het milieu deed.

Vele biologen hebben zich sedert dien met deze vraagstukken bezig gehouden en ons geleerd hoe tal van celfuncties van planten en dieren een bepaalde elektrolytenverhouding in hun milieu eischen en dat een verandering van die verhouding, zoowel wat de absolute als wat de relatieve concentratie van de ionen betreft, een verandering in de celfunctie teweegbrengt. We leerden den invloed kennen van den specifieken bouw en van de waardigheid van het ion, we leerden reeksen van éénwaardige kationen en van meerwaardige kationen en we leerden reeksen van anionen, in wier opeenvolging de gradueele verschillen van de gelijk gerichte invloeden tot uiting komt. Hierbij bleek, dat zoo voor een bepaalde functie een speciale reeks werd opgesteld, voor een andere functie diezelfde volgorde gold. Voorts hebben we geleerd, dat antagonismen kunnen bestaan tusschen éénwaardige kationen onderling en tusschen éénwaardige kationen eenerzyds en meerwaardige kationen anderzijds. We weten nu, dat zuren en zouten elkanders werking in bepaalde gevallen kunnen opheffen en dat basen en zouten elkanders werking kunnen versterken.

Eerst Loeb en later vooral Höber hebben er op gewezen, dat al deze processen het gevolg zijn van reacties die plaats hebben tusschen de elektrolyten, de ionen, en de colloiden van het cellichaam en de celmembraan, zoodat ook de momenteele toestand van die colloiden, hun dispersiegraad, hun oplossingstoestand en hun electrische lading beslissende factoren voor de functie zjn. Het li-t naar ik meen, niet op mijn weg om hier in bijzonderheden te treden, zoodat ik geloof te mogen volstaan met te verwflzen naar b.v. Hoofdstuk XI van R. Höber „Physikalische Chemie der Zelle und der Gewebe", dat aan dit onderwerp is gewfld.

Sluiten