Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cytengehalte wisselt onder invloed van het vegetatieve zenuwstelsel, centrum en peripherie, dat al naar de momenteele behoefte den bloedtoevoer en den toestand van de vaten regelt, en op zijn beurt weer in wisselbetrekking tot den physisch-chemischen toestand van het bloed staat.

Zoo zijn we dan aan het vraagstuk van den invloed van het zuurbasenevenwieht op de leucocytenformule genaderd.

Op een vergadering van een medisch gezelschap in Kiel deelde Ferdinand Hoff in 1926 mede, dat hy had waargenomen, dat bij patiënten, lijdende aan een diabetisch coma of praecoma, een leucocytose met linksverschuiving bestond. Onafhankelijk van Hoff kwam B a r n e r tot dezelfde conclusie, evenals A11 a n en nagenoeg gelijktijdig vinden we dit feit gememoreerd in een artikel van D e t r e. Sedert dien wordt leucocytose met linksverschuiving, relatieve lymphopenie en aneosinophilie opgegeven als het bloedbeeld, dat by acidosis kan voorkomen (N a e g e 1 i, Schilling, Joslin, Hgmans v. d. Bergh vermelden zulks).

Het was niet twijfelachtig, dat deze verandering van het bloedbeeld van de zuurvergiftiging afhankelijk zou zijn, waar immers diabetes qua talis geen bepaalde verschuiving veroorzaaki (T a 11 e nb e r g).

Bovendien was een dergelijke verandering van het bloedbeeld gevonden bij verschillende vergiftigingen met zuren. Zoo beschreet A r n e t h een geval van zoutzuurvergiftiging, een dergelijk geval zag Hoff. Brieger en Breithbard (gecit. naar Hoff) vonden het bij chroomzuurvergiftiging, Reichmann bij zwavelzuurvergiftiging en K r a s s o na een vergiftiging met salicylzuur.

Het is wel in de eerste plaats Hoff geweest, die op dit vraagstuk dieper is ingegaan, temeer omdat hij vond, dat de verschuiving van het bloedbeeld allengs weer tot normale waarden terugkeert naarmate de acidosis verdwijnt. Bovendien merkte hij op, dat, zooals zoo vaak geschiedt, wanneer de acidosis gevolgd wordt door een korte periode van alkalosis, dat tijdstip samenviel met een voorbijgaande relatieve lymphocytose. Zoodoende kwam hij tot de hypothese, dat de „drie-phasen-regel" van Schilling

Sluiten