Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rand huid erbij, vervolgens de mesenteriumsteel opgezocht, met twee arterieklemmen gepakt en daartusschen doorgeknipt. Bij losmaken van de naar den kant van de buikholte aangelegde klem blijken de vaten niet geöblitereerd, het bloed spuit er uit.

Voor microscopisch onderzoek nam ik een stukje uit het midden van den darmlap en verschillende aan den rand, dus uit den overgang van darm op huid.

In het eerste ziet de mucosa er normaal uit, de submucosa is sterker gevasculariseerd dan gewoonlijk, de muscularis is normaal evenals de serosa, die direct op het vetweefsel van de vroeger daar gezeten huid ligt.

De mesenteriaalvaten zijn krachtig ontwikkeld en sterk gevuld met bloedlichaampjes, van obliteratie is geen sprake. Wat echter opvalt, is, dat deze vaten v.n. de venen zoo vele corpuscula bevatten; ook in de vlokken van het slijmvlies zijn deze corpuscula voorhanden, zoodat het resorptievermogen van het darmoppervlak blijkbaar vrij sterk gebleven moet zijn.

Van den overgangsplaats van darm op huid nam ik verschillende stukjes. Macroscopisch reeds was te zien, dat de epidermis zich niet direct in de darmmucosa voortzette. Bij ombuigen van het stukje blijken ze integendeel bijna overal uiteen te wijken en eerst in een diepere laag is vergroeiing opgetreden. Microscopisch wordt dit bevestigd. Epidermis gaat nergens ln darmmucosa over. Ze liggen naast elkaar, beide hier en daar naar de diepte toe omgebogen en met de subepitheliale lagen aan elkaar vergoeid. Op de meeste coupes ziet men mucosa en epidermis klakkeloos naast elkaar liggen; nu eens is er een fijn hiaat tusschen te zien, dan weer liggen ze vlak tegen elkaar. Op een enkele coupe daarentegen ziet men de ruimte tusschen beide lagen opgevuld met een zeer cellenrijk weefsel, dat blijkbaar afkomstig is van de darmmucosa en als 't ware epidermis aan darmmucosa vastgekit heeft.

Het epitheel van darm en huid heeft zijn specifiek karakter behouden, van metaplasie geen spoor. Op de grens vertoont de huid zijn normalen bouw, de verschillende lagen zijn duidelijk te herkennen, evenzoo haren, zweet- en smeerklieren.

Zoowel macro- als microscopisch heeft dus de darm zijn gewone karakter en bouw behouden en is van metaplasie in het bijzonder geen sprake. Het darmstuk heeft dus te midden zijner nieuwe omgeving een zelfstandig leven geleid.

Sluiten