Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Peritoneoplastiek met huid.

16 December 1907. Dadelijk na verwijdering van den darmlap uit de huid en onderbinding van den vaatsteel wordt het peritoneum geopend, ter plaatse waar het mesenterium er doorheen gaat. Het mesenterium blijkt licht verkleefd te zijn met het peritoneum parietale, wordt stomp losgemaakt en na partieele resectie in de buikholte gereponeerd. Daarna sneed ik een stukje uit het peritoneum ter lengte van 2V2 cM. en ter breedte van l1/, cM. en prepareerde vervolgens een huidlap van een der wondranden los, eveneens 1V2 cM. breed, maar zoo lang, dat het mogelijk was, deze huidlap in het peritoneumdefect in te naaien. Dit deed ik zóó, dat de epidermiszijde gericht was naar de vrije buikholte, zoodat de huidlap, die aan zijne basis in verbinding gebleven was met de buikhuid, om zijn as gedraaid moest worden. Daaroverheen sloot ik den buikwand in étages. Het aldus in het peritoneum getransplanteerde huidlapje had ik van te voren zorgvuldig geschoren, gedesinfecteerd en geheel droog gemaakt.

Na de operatie was Mankie zeer lustig en de wondgenezing ongestoord.

16 Maart 1909, dus 3 maanden na deze peritoneoplastiek, opende ik de buik wederom. Het was vrij moeilijk, het ingenaaide huidlapje terug te vinden, daar er sterke vergroeiingen opgetreden waren. Over de geheele lengte van het getransplanteerde stuk, dat aanzienlijk geschrompeld was — de breedte bedroeg nog hoogstens een halve cM., terwijl de lengte eveneens tot een derde van de oorspronkelijke lengte verminderd was — had het net zich tegen den buikwand aangelegd en zat er innig mee vergroeid. Aan de andere (subcutis) zijde was de huidlap vast ingegroeid in den buikwand en niet stomp van dezen los te maken. Ik onderbond toen het net vlak bij de aanhechtingsplaats aan den buikwand, omsneed het sterk geschrompelde huidstukje in het normale peritoneum en praepareerde op deze wijze het geïmplanteerde stukje los met de bedekkende lagen. Vervolgens sloot ik het peritoneum en reconstrueerde den buikwand.

Ik kon aan het uitgesneden stuk nu beter zien, wat er gebeurd was. Het peritoneum, rondom het huidlapje heen, was opgeworpen en had als 't ware getracht, het vreemde stuk te overbruggen. Er was derhalve een soort krater ontstaan, op welks bodem het huidstukje lag. Het net had het overige gedaan en den mond van den krater

Sluiten