Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

litteekenstreepje. De geheele voorste maagwand wordt nu uitgesneden, zoodat de geïmplanteerde darmlap door eene breede strook maagwand omgeven is.

Geven aan den buitenkant het witte litteekenstreepje en de aanhechtingsplaats van het mesenterium voldoende aanwijzingen, waar het darmstuk in den maagwand ingenaaid zit, aan de slijmvlieszijde is dit eveneens met een enkelen oogopslag te zien. De kleur van het darmstuk is grijs-wit, de tint van de omringenden maag foscokleurig, de plooien van den darm zijn smal en laag, die van de maag breed en zeker dubbel zoo hoog. Op het oog zijn het absoluut verschillende weefsels. Aan een der hoeken hangt een zwartverkleurde zijden draad los in het lumen. Bij oppervlakkige beschouwing lijkt het, alsof darmen maagwand in elkaar overgaan. Buigt men ze echter een weinig om, dan ziet men, dat het slijmvlies van den darm zeker niet overgaat in dat van de maag, want er onstaat duidelijk een hiaat tusschen beide slijmvliesoppervlakten. In de diepere lagen is een vaste verbinding tot stand gekomen, evenals aan den kant der serosae. Zooals boven reeds vermeld, bloedden de mesenteriumvaten goed bij doorsnijding. Ik trachtte bovendien nog indigocarmijn in de arterie in te spuiten, om dan een beter inzicht te krijgen over de vaatverdeeling in de randpartijen van het geïmplanteerde darmstuk, maar geen der canules, waarover ik kon beschikken, was fijn genoeg voor het lumen dezer arterie.

Microscopisch ziet men een smalle litteekenstrook tusschen maagen jejunumwand met enkele groote, bijna ronde, fibroblasten. Deze strook loopt door de geheele dikte van den wand tot aan de mucosa.

Het slijmvlies van de maag hangt als het ware over dat van het jejunum heen, maar is er niet mee vergroeid; daardoor is een smalle lange inham ontstaan, welks bodem gevormd wordt door een onregelmatig epitheliumweefsel, waarin een begin van vlokvorming te ontdekken valt, maar dat noch typisch maag- noch typisch jejunumslijmvlies genoemd kan worden. Verder ziet men in dien inham zeer vele oude afgestooten epitheliumcellen, voor een deel kernloos.

Of dat nieuwgevormde epitheel van de darm- of maagmucosa afkomstig is, valt niet met zekerheid uit te maken. Zóó op het oog lijkt het gedeeltelijk bij de maag, gedeeltelijk bij den darm te behooren. Opvallend is dan echter, dat in het deel, dat bij het maagslijmvlies schijnt te behooren wel „Haupt"- maar geen „Beleg"-cellen te zien zijn.

Sluiten