Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baldassari en Finotti zagen, dat na plastieken met levenloos materiaal zelfs de honden bleven leven, maar dat er steeds zeer innige vergroeiingen op den getransplanteerden lap voorhanden waren bij de relaparotomiën. Hieruit volgt dus wel, dat de omgeving (net en darmen) ervoor zorgde, dat geen doodelijke perforatieperitonitis kon optreden.

Ullman nu maakte bij zijne plastieken met ongesteelde lappen van zeer kleine stukjes gebruik en vond ook vergroeiïngen van het net met den getransplanteerden lap. Het ligt dus voor de hand aan te nemen, dat de niet gevoede lapjes necrotisch worden, maar door vergroeiing met net of darmen voldoende beschut worden en zoo een perforatieperitonitis voorkomen wordt. Bij het opvullen van een maagwandhiaat of geperforeerd ulcus met een netprop zijn toch immers ook verscheidene proefdieren en enkele menschen blijven leven.

Om echter na te kunnen gaan, wat met zoo'n ongesteelden lap dan toch eigenlijk wel gebeurt, leek het mij noodzakelijk, een groot deel van den maagwand weg te nemen en te vervangen door een ongesteelden darmlap.

XVI. 28 November 1910. Smous. Isolatie van een + 10 cM. lange dunnedarmlis en herstelling van de continuïteit van den darm. Daarna eerst onderbond ik den mesenteriumsteel van de geïsoleerde lis en knipte hem door.

Nu knipte ik de lis aan de contramesenteriale zijde open en plaatste haar in warme physiologische zoutsolutie. Vervolgens legde ik 4 optrekkers aan den voorsten maagwand aan en verwijderde daarbinnen met den thermocauter een rechthoekigen lap in grootte overeenkomend met de opengeknipte darmlis. Ten slotte naaide ik dezen darmlap, die zijne oorspronkelijke kleur verloren had en nu wit was geworden, in het maagwandhiaat.

Alvorens den buik te sluiten, nam ik de maat van den ingezetten lap; de lengte bedroeg 81/* cM., de breedte 3V2 cM.

30 November 1910. De hond is vanmorgen vroeg gestorven en heeft dus nog geen volle twee dagen geleefd.

Bij de sectie vond ik eene algemeene peritonitis tengevolge van een groot gat in den voorsten maagwand, ter plaatse waar de getransplanteerde darmlap zat of liever gezeten had, want er was nagenoeg niets meer van over. Alleen een smalle rand was nog blijven staan en zelfs daarvan was de mucosa en een deel van den muscularis ook nog verteerd; bij nader onderzoek van de buikholte kon

Sluiten