is toegevoegd aan je favorieten.

Intraäbdominale plastieken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allereerst wordt een ileumcylinder ter lengte van 15 cM. enop± 20 cM. afstand van het coecum geïsoleerd, de continuïteit van het ileum weer hersteld en de mesoileumranden met geknoopte hechtingen hereenigd. De geïsoleerde ileumbuis wordt in een gaas ingepakt en vervolgens de blaas zoo ver mogelijk buiten de wond getrokken.

De ureteren worden opgezocht en bij hunne inmondingsplaats in de blaas vrijgepraepareerd, zoodat de blaas beneden het ligamentum interuretericum met een slappe darmtang afgeklemd kan worden. Hierbij moest zeer voorzichtig te werk gegaan worden met het oog op de vaten, die vlak langs den blaasrand en ureter verloopen, en de vasa deferentia, die eveneens dicht in de buurt lagen. (De prostaat was stuitergroot.) Daarna wordt de fundus van de blaas met eene dunne naald gepuncteerd en de aanwezige urine met de punctiespuit opgezogen. (De urine zag doorschijnend citroengeel en bevatte bij onderzoek na afloop van de operatie geen eiwit, geen epitheliën, geen roode of witte bloedlichaampjes, maar tamelijk veel kristallen van oxaalzure kalk en tripelphosphaten). Boven de darmtang, die dus op den hals van de blaas aangelegd was, wordt de blaas doorgeknipt, zoodat deze alleen nog door de beide ureteren vastgehouden wordt. Daarna knipte ik de blaas aan de voorzijde open, beginnende in den fundus. Na eenig zoeken werden de beide ureteropeningen gevonden, waaruit men de urine druppelsgewijze en periodisch zag opwellen. Ik knipte nu een rechthoekig stukje blaas uit, rondom de beide ureteren, hierbij zorg dragend, dat deze noch aan de buiten-, noch aan de binnenzijde beschadigd werden en dat rondom de uretermonden een smal strookje blaasslijmvlies ongeschonden bleef. Dit rechthoekje was ternauwernood 1 cM. lang en Vs CM. breed. Nu volgde het moeilijkste deel der operatie: de eindelingsche anastomose van het blaasstompje met de geïsoleerde ileumlis. Ik koos hiervoor het anale deel, opdat de peristaltische golfrichting in de nieuwe blaas naar het ostium urethrae internum gericht zou zijn.

Om het aanleggen van de toch zoo moeilijke achterste doorloopende serosamuscularishechting (zijde No. 1) te vergemakkelijken, legde ik de ileumlis dwars, zoodat de aanhechtingsplaats van het mesoileum geheel rechts kwam te liggen en bracht zoowel links als rechts aan de blaasstomp een optrekker aan. De klem op den blaashals draaide ik nu zoo veel om haar as, dat de achterste blaasserosa naar voren kwam, waarna de achterste doorloopende serosamuscularishechting aangebracht kon worden, al was dit ook uiterst moeilijk, daar ik