Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tractie hier niet van de voorkamercontractie is uitgegaan, en dat wij dus een autogene kamercontractie voor ons hebben. Zooals wij in de figuur zien, gaat deze autogene contractie gepaard met een kamerdrukkromme van betrekkelijk geringe hoogte, terwijl verder de daarbij behoorende arterieele pols is verkleind. Daar deze verschijnselen in de beide volgende hoofdstukken uitvoerig besproken zullen worden, bepalen wij er ons thans toe, slechts de aandacht erop te vestigen. Op de eerste autogene contractie in de figuur volgen twee in elk opzicht normale systole's. Onmiddellijk na de laatste zien wij een kamer-E.G. zonder dat een atriumtop voorafgaat. Deze liartscontractie is wel is waar te vroeg, maar het kamer-E.G. heeft den typischen vorm: duidelijk kunnen wij de (QRS)-groep en den P-top onderscheiden, welke laatste evenwel in tegenstelling met de gelijknamige toppen der voorafgaande E. K. G. positief is Het typische karakter van het E. K. G. brengt ons tot het besluit, dat de prikkel voor deze contractie gelijktijdig langs beide takken van den verbindingsbundel de kamer heeft bereikt. Hij moet van den knoop van Tawara zijn uitgegaan, en mag dus een homotope autogene kamercontractie worden genoemd. Daar de eerstvolgende, van den pacemaker uitgaande prikkel (P6) de kamers nog in den toestand van contractie, dus in haar refractaire periode aantreft, volgt een compensatorische pauze. In verband daarmede merken wij op, dat P5 en P7 juist tweemaal zoo ver van elkaar verwijderd zijn als de onderlinge afstand der voorgaande P-toppen bedraagt In den verderen loop dezer kromme komen nog één homotope autogene (P9) en twee heterotope kamercontracties voor (A2 en A3), van welke beide laatste de prikkel in den linker tak van den verbindingsbundel ontstaat.

Sluiten