Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de geneesheeren zoo algemeen en uitvoerig mogelijk ten dringendste aanbeval (Wien. med. Wochenschrift van 27 Maart 1858) zoo heeft de heer türck, gelijk van zelf spreekt, zelfs niet het minste aandeel, aan hetgeen ik daardoor voor deze zaak, die toen nog alle vertrouwen miste, heb verrigt.

Het is eene onbetwistbare daadzaak, dat Dr. türck, op het allerlaatst in het begin van den winter 1857—1858, zijne spiegels ter zijde gelegd heeft, zonder er eenig noemenswaardig resultaat mede verkregen noch ook medegedeeld, of ook maar een voorgevoel van de wezenlijke waarde des keelspiegels gehad te hebben, en dat niet ik van hem, maar hij van mij d<?n impuls ontvangen heeft, om zich eindelijk met goed gevolg van den keelspiegel te bedienen. Even zoo is dit ook later het geval geweest. Dr. türck kwam altijd juist een weinig te laat.

Dat Dr. türck mij voor mijne eerste onderzoekingen op mijn verzoek eenige glasspiegels met lange steelen leende, en wel zonder eenige nadere bepaling ten opzigte van hunne aanwending, hetgeen ik zelf met dankbaarheid vermeldde, dit gaf hem nog in de verte het regt niet om de minste aanspraak te maken op een aandeel aan de prioriteit van mijn arbeid en van mijne denkbeelden betrekkelijk de veelzijdige toepassing van den keelspiegel. Dit wel te minder, daar hij nog in de vergadering van de Gesellschaft der Aerzte van 9 April (zie Zeitschrift d. Ges. d. Aertzte 1858 N°. 17) in strijd met mijne toen gedane mededeelingen openlijk verklaarde; sdat hij er ver van afwas, al te sanguinische verwachtingen te koesteren omtrent de toepassing van den keelspiegel in de praktijk.» Eerst drie volle maanden na mijn opstel van 27 Maart 1858 was hij in staat zijn eerste weik te voltooijen, (zie Zeitschr. d. Ges. d. Aertzte zu Wien van 28 Junij 1858) toen nl. mijne uitvoerige verhandeling met platen reeds lang verschenen was (zie het verslag der zitting van de academie te Weenen van 29 April 1858), en semeleder, zelfs reeds op mijne aansporing, eene gewigtige toepassing van den keelspiegel bij eene aandoening van de basis der tong had gemaakt, (z. Zeitschr. d. Ges. d. Aertzte zu Wien 1858 N°. 28, Sitzung v. 26 Mai).

Wat nu de spiegels betreft, die volgens het voorschrift van Dr.

Sluiten