Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, de toepassing'en aanwending van deze inderdaad mogelijke wijze van onderzoek. Ik heb niet nagelaten deze herhaalde aanbeveling door rhinoskopische demonstratie's te ondersteunen.

Op den 29steu Julij 4859 vertoonde ik in Pesth aan een aantal collega's (de H. H. Dr. bokai, iiirschler, kaufmann , koller, lumniczer en markusovszky) de bovengenoemde deelen en het achterste einde van eene sonde, die door de neus in de tuba gebragt was, bij een mensch die van nature een in de lengte gespleten zacht gehemelte had.

In den herfst van 1859 heb ik voor het eerst te Leipzig1), toen te Berlijn en eindelijk te Breslau tegelijk met de laryngoskopische steeds ook mijne rhinoskopische methode gedemonstreerd.

Deze bemoeijingen bleven niet zonder gevolg. Mijn vriend Dr. semeleder te Weenen was de eerste, die zich op mijn voetspoor met rhinoskopische studiën bezig hield en daarin goed slaagde. De tweede, die met zeer prijzenswaardigen ijver zich op de rhinoskopie toelegde, was Dr. voltolini, dien ik bij mijn bezoek te Breslau had leeren kennen en bij wien ik er sterk op had aangedrongen dat hij vooral grondig de rhinoskopie zou beoefenen. Sedert het verschijnen der eerste uitgave van dit boek en het bekend worden van het eerste pathologische geval, waarbij de rhinoskopie praktisch werd aangewend (zie mijne mededeelingen in het Wien med. Wochenschr. n°. 1 / 18G0) hebben er zich meer beoefenaars van dit nieuwe gebied opgedaan (onder welke ik den Heer türck als neophyt moet noemen, vooral wegens zijne vernuftige instrumenten om de uvula en het zachte gehemelte te vatten en vast te houden).

1) Hofraad Prof. buetb schrijft mij:

„Hooggeachte Vriend!

Op uw verzoek deel ik u gaarne mede, dat Gij mij op den 15dc" September 1859 in tegenwoordigheid van verscheidene ambtgenooten niet slechts uwe laryngoskopische instrumenten hebt vertoond, maar mij ook door middel daarvan uw strottenhoofd en uw cavum pharyngo-nasale met de openingen der tubae Eustachii zeer duidelijk hebt laten zien. Daarbij vergun ik u ook van deze mijne getuigenis elk gebruik te maken wat gij maar zult willen.

Leipzig 29 November, 1861.

Uw toegenegen euete."

Sluiten