Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die reeds aan santorini wel bekend was, maar die in den nieuweren tijd evenwel verkeerd of onvolledig is aangeduid, waarop ik toevallig eens door waarneming bij mij zelf met den spiegel van garcia opmerkzaam ben geworden.»

sik heb reeds boven medegedeeld, dat bij mij aan bet onderste gedeelte der achtervlakte van de epiglottis als die voldoende is opgerigt, eene zeer vooruitstekende roodgekleurde zwelling kan worden gezien, die direct boven de aanhechting der stembanden ontstaan, hunne voorste einden verbergt en ze bij het hoogste schrille geluid dat ik nog even kan voortbrengen, ook schijnt aan te raken (waarbij natuurlijk even als op den toets der snaarinstrumenten door den vinger, eene mechanische verkorting van het trillende gedeelte der stembanden zoude worden teweeggebragt.)» ')

sDeze vooruitstekende zwelling der epiglottis nu is niet zooals wij zouden kunnen meenen eene bijzonderheid van mijn stemorgaan , maar is gelijk men weet, en waarvan ik mij (aan de meeste laryngoskopisch en anatomisch onderzochte strottenhoofden) overtuigde, overal meer of minder duidelijk ontwikkeld (zie plaat III fig. 43 ei.) Op de doorsnede van een strottenhoofd, dat midden door gedeeld is, (zie plaat III fig. 12) ziet men duidelijk, dat de epiglottis in haar geheel (van het kraakbeen dat haar ligchaam vormt spreek ik niet) van het aanhechtingspunt der vier stembanden af, tot daar waar zij haar slijmvliesbekleedsel verliest, eerst bol naar achteren vooruitsteekt, daarna meer naar boven hol wordt, maar zich aan haar bovensten vrijen rand weder bol naar achteren vertoont. Sommering heeft reeds in '1805 op de tweede plaat

]) Dit vermoeden in Let voorbijgaan uitgesproken heeft later onbillijk genoeg tot liet erge misverstand aanleiding gegeven, als zoude ik aan de bovenste of valsche stojnbanden ook eene rol bij bet voortbrengen der stem toegeschreven hebben; het betrof evenwel natuurlijk slechts de verkorting van het „trillende gedeelte" der ware stembanden. Aan trillende deelen of geluid gevende trillingen der valsche stembanden heb ik hierbij in de verte niet gedacht, immers ik heb hunne aanwezigheid en beteekenis bij de gewone stemvorming reeds in het begin in overeenstemming met joh. mülleb en garcia uitdrukkelijk ontkend, (pag. 78.)

Sluiten