is toegevoegd aan je favorieten.

De keelspiegel en zijne toepassing in de physiologie en in de geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

potissimum Epiglottidis depressioni datam esse existimo; ita tarnen et eadem contractione laryngis ventriculorum cavitates coardari,

et ex iis fortasse quidquam exprimi posse opinor »»

»Bij het slikken wordt de stemspleet, te oordeelen reeds naar liet subjectief gevoel, ook op de beschrevene wijze vast gesloten en dat wel meestal nog vóór dat de akte van slikking verder gevorderd is en de waarneming onmogelijk maakt, maar stellig niet zoo als h. meyer in zijn leerboek der physiologische anatomie van den piensch te Leipzig bij Engelmann in 1850 verschenen op bladz. '159 uitdrukt met de woorden: »»De sluiting of liever het bedekken van de stémspleet geschiedt door eene mechanische kracht, welke door de beweging van het slikken aan den spijsbrok wordt medegedeeld, terwijl de zwaarte hiervan de epiglottis nederdrukt, zoodat zij de spleet beneden haar gaat bedekken; wanneer de spijsbrok voorbij gegleden is, springt de epiglottis door hare eigene elasticiteit en die van hare banden in haren oor-

spronkelijken stand terug.»»

»Ik moet nog vermelden, dat ik gezien heb hoe het gedeelte van de epiglottis dat vrij uitsteekt boven het reeds vooraf gesloten strottenhoofd, omkrult —zoo zelfs dat een aanzienlijk gedeelte van hare onder (achter) vlakte aan het licht komt — en in het midden gebogen wordt. Ik nam dit waar nadat ik den mond geopend had en even alsof ik wilde slikken, het slokdarmhoold willekeurig had vernaauwd. In plaat II geeft fig. 41 de wijze aan waarop dikwijls het vrij uitstekende gedeelte van de epiglottis in liet begin der akte van slikking naar boven om- en ineengebogen wordt.»

»Door deze inbuiging en door den achterwand van het slokdarmhoold wordt eene kleine rondachtig hoekige opening begrensd, die, als men de voortgaande zamensnoering van het slokdarmhoofd in dit oogenblik staakt en de stemspleet onder de epiglottis opent, aan de ademhalingslucht een uitweg verleent. Blijkbaar beantwoordt de in fig. 14 afgebeelde schikking der deelen, ook aan die, welke wij moeten tot stand brengen, als wij willen gorgelen. Beproefde ik met niets in den mond te slikken (zonder de voortgaande zamensnoering van het slokdarmhoofd tegen te houden) — wat mij overigens met wijd geöpenden mond en als ik de tong willekeurig naar