Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet op deze wijze van objectief tot „selbsttiitig" geworden type zich dan nog' weer onder tal van verschillende vormen zal voordoen bv.:

in een moraliseerende resp. doceerende, in een sentimenteele of fantaseerende, of in een egocentrische modificatie,

evenals zij, die zich van meet af aan reeds als zoodanig hadden ontpopt.

Teneinde aan zulke voorloopig slechts phanomenologische typen de werkelijk dispositioneele elementen te kunnen onderkennen, moet men zijn menschen dus vooreerst niet slechts één doch een aantal platen voorleggen, liefst van zeer uiteenloopende strekking. "Wanneer een bepaalde p.p. dan ondanks dat toch iederen keer weer in dezelfde soort beschouwingen vervalt, onverschillig of het onderwerp die uitlokt, toelaat, of eigenlijk eerder verbiedt, dan pleit dit natuurlijk sterk voor een uitgesproken neiging in die richting, terwijl het harmonische type — zooals Stern reeds opmerkte1) — zich daarentegen juist daardoor' zal kenmerken, dat het zich in zijn uitingen telkens zooveel mogelijk aan den aard van de afbeelding aanpast. Daarnaast zal men echter ook aan het 2° en 3C der bovengenoemde punten zijn aandacht moeten wijden. Een relatief te moeilijke opdracht bv., lokt uit een zekere mate van voorzichtigheid, en de verhouding tusschen p.p. en onderzoeker (student — professor; jonge dame —.en een haar interesseeren.de geneesheer), draagt er natuurlijk ook toe bij, dat een bepaalde manier van uiten meer op den voorgrond treedt dan bij een andere constellatie misschien het geval zou zijn geweest.

Dit laatste geldt vooral wanneer wij onze p.p. kiezen onder kinderen, of onder volwassenen die van huis uit tegenover zulk soort proefnemingen geheel en al vreemd staan, en a fortiori wanneer men zich als onderzoeker bevindt tegenover menschen van een geheel ander ras, met al den aankleve van dien. Het zwaartepunt is hier echter een weinig verlegd. Moet men er zich bij het onderzoek van menschen van eigen ras, stand en leeftijdsklasse voor hoeden te spoedig uit de phanomenologische

1) T.a.p. S. 213.

Sluiten