is toegevoegd aan uw favorieten.

Over oogveranderingen bij lepra

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met uitzondering van één geval (8) waren dan in de cornea altijd veranderingen te vinden.

Grootere vormsels, dan deze miliaire lepromen, werden gezien bij patienten 1, 2, 4, en X. Patienten 1 en 2 hadden een eigenaardig vormsel in de iris, die den indruk van een groot verkalkt leproom maakte, (zie fig. 1).

Patienten 2 en 5 vertoonden verdikkingen aan den rand van de iris; vermoedelijk lepromen. De laatste had ook een georganiseerd leproom in de iris (O.D.).

Bovendien bleek bij onderzoek van een stuk iris, verkregen door iridectomie van patiënt 2, dit weefselstuk sterk met leprabacillen doorwoekerd te zijn. (Fig. 4).

Corpus ciliare.

Hoewel het als vrij zeker aangenomen kan worden, dat in alle gevallen waar een iritis leprosa aanwezig is, ook het corpus ciliaire aangedaan is, konden slechts in 4 gevallen (1, 2, 3 en 11) duidelijke teekenen van een iridocylitis gezien worden.

Het beslag, dat het duidelijkst uitkwam bij de eerste twee patienten had een donkere kleur, die bij patiënt 2 uitgesproken zwart was. Ook de patienten X. en Z. hadden praecipitaten op de achter-v vlakte van de cornea.

Bij de patienten met iridocyclitis mocht glasvochtstof verwacht worden. Bij patienten 1 en 3 was het glasvocht door den lenstroebelingen niet te bereiken; bij patiënt 2 konden na de iridectomie geen troebelingen in het glasvocht geconstateerd worden.

Lens.

Lensveranderingen vertoonden 3 patienten, n.1. patiënt 1, waar beiderzijds de lens niet sterk troebel was, patiënt 4, waar de lens in O.D. iets troebel was en patiënt 11. Bovendien zagen wij op de lens resten van exsudaten en meer of minder sterke pigmentafzettingen bij 3 andere patienten (2, 3 en 5). Langzaam verloopende lenstroebeling vertoonde patiënt X. Het troebel worden der lens staat wellicht in verband met de iridocyclitis, maar ge-