is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de werking van alkaloïden op het oog, in verband met eenige eigenschappen van het kamervocht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We hebben de werking nagegaan van hydrochl. cocaini op een oplossing van:

1. uieum 300 mgr. op 1000 c.c. water.

2. kieatinine ... 20 mgr. op 1000 c.c. water.

3. suiker 900 mgr. op 1000 c.c. water.

4. bicarb. sodae . 1600 mgr. op 1000 c.c. water.

5. keukenzout ... 7110 mgr. op 1000 c.c. water.

6. fosforpentoxyde 73 mgr. op 1000 c.c. water.

Voegden we bij die oplossingen op dezelfde wijze als bij het volledige kamerwater, oplossingen van verschillende sterkte van cocaine, dan bleek na toevoeging van kaliumk wik jodide, dat de reactie in het minst niet geremd was.

Men kon dus daaruit besluiten, dat geen dezer stoffen de praecipitatie, door het May er's reagens bij alkaloïden veroorzaakt, tegenhoudt.

Anders viel de proef uit, als deze werd gedaan met een oplossing van 105 mgr. CaO of 30 mgr. MgO in 1000 c.c. H20.

Volgens Magitoï en Mestrezat komen n.1. in het normale kamerwater van het paard CaO en MgO in deze concentraties voor. Beide stoffen vormen met water hun hydroxyde.

Nu lost Ca(OH)2 in water op in een verhouding van 1300 mgr. op 1000 gram, Mg(OH)2 in een