is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de werking van alkaloïden op het oog, in verband met eenige eigenschappen van het kamervocht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proef 9.

Stroomsterkte 4 volt, .1—1.5 m. Amp.

Iontophorese met sulfas atropini 1 %, alléén op het eerste oog.

Resultaat:

Eerste oog: pH 7.30.

Tweede oog (geen iontophorese): pH 7.60.

Proef 10.

Als proef 9.

Stroomsterkte 4 volt, 1 m. Amp.

Resultaat:

Eerste oog: pH 7.40.

Tweede oog: pH 7.60.

In de laatste twee proeven was de pH-waarde bij het tweede oog gelijk aan die bij het tweede oog in proef 18 (zie pag. 57).

Daardoor was de waarde der pH, gevonden voor het kamerwater van het eerste oog, in alle drie gevallen goed te vergelijken, waarbij bleek, dat deze waarde in de laatste twee proeven belangrijk lager was, dan in proef 18, n.1. pH 7.30 en pH 7.40 tegen pH 7.50.

Uit deze drie proeven kan men daarom concludeeren, dat met behulp van de iontophorese, méér atropine in de voorste oogkamer doordringt, dan met het opzetten van het schoorsteentje op de cornea.