is toegevoegd aan uw favorieten.

Over actiestroomen der retina bij bestraling met radium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gende uiterst zwakke fluorescentie van de te onderzoeken objecten mogelijk aan de waarneming onttrokken zou kunnen zijn. In verband met dit onderzoek is het merkwaardig, dat de subjectieve lichtgewaarwording bij bestraling van het menschelijk oog met gammastralen een zoo diffuse is, dat men eigenlijk zou verwachten, dat fluorescentie in de oogmedia en de retina hierbij wel in het spel zouden zijn, terwijl er bij de bestraling van alle oogdeelen van den kikvorsch met gammastralen geen, voor het oog objectief waarneembare, fluorescentie optreedt. Zulks sluit niet absoluut uit dat dit in het menschelijk oog wel het geval zou kunnen zijn, daar de massa der menschelijke oogmedia zooveel grooter is en er dus eerder een waarneembare fluorescentie in zou kunnen optreden. In verband met hetgeen in de volgende bladzijden over den actiestroom der kikvorschretina bij bestraling met enkel gammastralen beschreven zal worden, moge er hier nog bij opgemerkt worden, dat de mogelijkheid blijft bestaan, dat er bij bestraling van de kikvorschretina met gammastralen ook onder de meest ideale omstandigheden een zóó uiterst zwakke fluorescentie op zou kunnen treden, dat deze voor het waarnemend menschelijk oog niet. zichtbaar is.

Ter beoordeeling van den invloed, welke de in de oogmedia en retina optredende fluorescentie op het E.R.G. heeft, werd de actiestroom in de eerste plaats opgenomen van een geheelen oogbol. Vervolgens werden de cornea, de iris, de lens, en al het glasvocht verwijderd en werd thans opnieuw de actiestroom afgeleid. In beide gevallen werd met beta- en gammastralen bestraald. Fig. 11 geeft deze beide actiestroomen weer. Het E.R.G. dat na het halveeren geregistreerd werd, heeft een hoogeren initiaaltop dan dat van het intacte oog; de secundairtop ontbreekt; de natop is