is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het ontstaan van sympathische ophthalmie in verband met anaphylaxie en allergie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

DE EXPERIMENTEN VAN WOODS.

In Amerika was het vooral A. C. Wood s, die zich bezig hield met het vraagstuk van het ontstaan der sympathische ophthalmie op anaphylactische basis. Hij is een aanhanger van de theorie van Elschnig, welke hij met vele oorspronkelijke experimlenten trachtte te bewijzen en in zekere zin uitbreidde, redenen, waarom wij hem een apart hoofdstuk wijden.

Woods meent, dat het gebeuren bij de sympathische ophthalmie in overeenstemming gebracht kan worden met de opvatting van Dale, over de reactie van het lichaam bij het parenter aal inbrengen van een soortvreemd eiwit. Volgens Dale verloopt dit algemeen proces aldus. Op de resorptie van een vreemd proteïne door een organisme reageeren de lichaamscellen met het vormen van antilichamen. Is deze reactie intensief, dan blijft een gedeelte van deze antilichamen aan de cellen gelbonden, de rest wordt afgevoerd in de bloedbaan waar ze op verschillende wijzen zijn aan te toonen. Is de reactie gering, dan blijven alle antilichamen aan de cellen gebonden en missen we ze in het bloed. Nu volgt een nieuwe toevoer van het vreemde eiwit. Bij aanwezigheid van antiliohamen in het bloed zal zich daar hoofdzakelijk de anaphylactische reactie afspelen. De lichaamscellen zijn a.h.w. beschermd. Vinden we evenwel geen antilichamen in het bloed, dan bestaat deze beschutting niet en zullen de cellen zélf aangetast worden. De reactie wordt dan manifest in de organen.

Wat betreft het verloop bij oogverwondingen moeten we ons volgens Woods de volgende voorstelling maken. Is een oog verwond, dan wordt uveapigment geresorbeerd, wat in sommige gevallen een sterke vorming van antilichamen tegen uveapigment veroorzaken kan. Deze gevallen blijken snel te genezen. Anders verloopen de gevallen, waarbij door omstandigheden slechts weinig antilichamen zijn ontstaan. Hier zijn de lichaamscellen, in casu de uveacellen, niet door de antilichamen in het 'bloed beschermd en zal een hernieuwde invasie van pigmentantigeen gevolgd worden door een anaphylactische reactie in de uvea. In die gevallen waarbij geen of weinig anti-