is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam op honden en bij deze door verschillende manipulaties een waterhoofd kon verwekken, leken deze conclusie dan ook geheel te rechtvaardigen. Nu heeft echter G u 1 e k e vele dezer proeven herhaald en hij komt daarbij tot andere resultaten. Daar dit een vraagstuk van zeer groot belang is, wil ik in het kort hunne proeven met de gevolgtrekkingen, die zij er uit maakten, vermelden.

In de eerste plaats die van Dandy.

A. Wanneer de aquaeductus wordt afgesloten, dan worden de derde ventricel en de zijventricels wijder, maar de vierde ventricel blijft normaal van grootte.

Conclusie: 1. In de uitgezette ventricels wordt liquor gevormd; 2. de absorbtie in die ventricels is op zijn minst gesproken kleiner dan de vorming ervan; 3. de aquaeductus is een noodzakelijke uitvoergang van de derde en de beide laterale ventricels. 4. er zijn geen collaterale kanalen, die de functie van den aquaeductus kunnen overnemen.

B. Na afsluiting van een foramen Monroi met een stukje peritoneum of fascie ontstaat alleen aan dien kant hydrocephalus. De openingen in den hersenschors, waardoor men in den ventricel doordrong, genezen daarbij zonder de vorming van een fistel of hernia, niettegenstaande de opzameling van den liquor. Deze genezing, zegt Dandy, is gelijk aan de spontane afsluiting van een balkopening na balksteek. Het is bijna onmogelijk een kunstmatige opening in een hersenventricel te handhaven.

C. Als men een foramen Monroi afsluit, maar eerst den plexus wegneemt, ontstaat er geen waterhoofd, maar valt de ventricel samen.

Conclusie: de liquor wordt gevormd door den plexus; het ependym doet daaraan niet mee.

D. Extirpatie van beide laterale plexus, gecombineerd met afsluiting van den aquaeductus geeft ook hydrocephalus, maar veel langzamer dan zonder die plexectomie, omdat nu alleen de plexus van den derden ventricel het moet doen.

E. Voor de onderbinding van de vena Galeni, zie boven.

F. Brengt men Oost Indische inkt in de ventricels, zoo komt deze al heel spoedig in de cisternen en gaat van daar naar de subarachnoideaalruimten van de hersenoppervlakte. Het duurt 45—75 min. voor de verst afgelegen deelen bij den sinus longitudinalis