is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschijn kwam. Nadat de huidranden wat ondermijnd waren, kon het defect gesloten worden, echter met wat meer spanning dan aangenaam was. De schedelomtrek was toen 45 centimeter.

De wond genas goed. Op 16 October waren alle hechtingen verwijderd en was de omtrek van het hoofd tot 47 centimeter toegenomen en op 30 October bedroeg deze 49 centimeter. Het gewicht van het kind was ondertusschen met veel veranderd en bedroeg op dezen datum 2./j0 K.Ct. In den tijd daarvoor had het gewicht wat geschommeld tusschen 2.750 als maximum en 2.450 als minimum. Het kind braakte niet; de ontlasting was normaal. . _

Op 30 October is toen lumbaalpunctie verricht, waarbij veei vocht afliep. Ik meen op het afloopen van veel vocht speciaal

te moeten wijzen.

Op 1 November werd lucht in de ventricels gebracht door punctie door den grooten fontanel en wel 150 cc., waarna röntgenfoto's werden gemaakt. Het bleek daarbij, dat de ventricels sterk verwijd waren. De her-senschil was op sommige plaatsen nog 4 cM. dik. namelijk in het parietaalgebied, maar op andere plaatsen veel dunner; zoo was de afstand van de achterhoorns van de ventricels tot de oppervlakte van het achterhoofd slechts 2 cM.

De beide zjjventricels waren met lucht geyuld. Het is mogelijk, maar heel niet zeker, dat de lucht ook in de cisterna magna kwam; het. beeld was daar niet mooi, doordat de geheele foto vrij onduidelijk was; op een later, namelijk op 6 November, gemaakte foto, waarbij geen nieuwe_ lucht werd ingebracht, was evenmin duidelijk, dat de lucht in de vierde ventricel of de cisterna magna kwam. Zeker was, dat de aquaeductus Sylvii niet zichtbaar was.

Toch leek er eenige lucht op de hersenoppervlakte te komen, maar daar deze vooral op de plaats van de injectie opgehoopt bleek te zijn, vermoedde ik, dat dit op een technische fout berustte, en veroorzaakt was door lekken van het steekkanaal. Zelfs is er op een der negatieven een donker streepje te zien, dat van den zijventricel uitgaat, den hersenschors doorboort in de richting van het steekkanaal en bijna bij de bovengenoemde schaduw om den insteekopening komt. Het leek wel alsof de lucht, die zich buiten de ventricels bevond, daar langs dezen abnormalen weg was gekomen. Waarschijnlijker echter is het, dat ook dit lucht is. die zich op de hersenoppervlakte bevindt. Uit dit onderzoek leek het meest waarschijnlijk, dat er zich een afsluiting bevond öf m den aquaeductus of in den vierden ventricel.

De liquor, welke door de punctie verkregen was, vertoonde negatieve reactie van Nonne en een normaal cellenaantal.

Op 25 November werd het onderzoek herhaald. Op nieuw werd lucht in de ventricels gebracht en nu bleek het beeld wat anders te zijn. In de eerste plaats was het waterhoofd