is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het optreden wordt sterk begunstigd door ongunstige hygienische toestanden; de ziekte komt bijna uitsluitend voor onder de arme bevolking, niet zelden epidemisch.

Verschijnselen. Na een inkubatie van gemiddeld 5—8 dagen, soms gevolgd door lichte voorboden, begint de ziekte meestal plotseling met koorts, koude rillingen, braken en hevige pijn in het hoofd, het kruis en de ledematen. De spieren zijn erg pijnlijk bij druk.

De temperatuur stijgt binnen 1 of 2 dagen tot 41° of hooger, blijft gemiddeld 6 dagen op dezelfde hoogte (soms komen ook sterke remissies voor) en daalt dan snel onder sterk zweeten, bijna altijd tot onder 36°.

De pols is heel snel; de tong is droog en sterk beslagen.

Soms bestaat een lichte bronchitis.

De huid is droog en meestal typisch vaalgeel van kleur.

De milt is sterk gezwollen, gewoonlijk nog sterker dan bij buik- of vlektyphus.

Het bloed vertoont vaak een geringe leucocytose.

De ontlasting is meestal traag; soms bestaat echter af en toe lichte diarrhee.

Na de krisis verdwijnen alle andere verschijnselen snel; alleen de miltzwelling en de vaalgele huidkleur blijven gewoonlijk bestaan.

Ongeveer een week later treedt bijna altijd een tweede aanval op, die met dezelfde verschijnselen verloopt als de eerste; alleen duurt ze gewoonlijk 1 of 2 dagen korter.

Dikwijls volgt na een tusschenpoos van een week nog een 3e, gemiddeld 2 dagen durende en bij uitzondering zelfs nog een 4e en 5e aanval, die meestal slechts éen dag duren.

Naast heel lichte, kortdurende gevallen komen heel zware voor, waarbij ernstige verwikkelingen (huid- en slijmvliesbloedingen, sterke geelzucht, miltabscessen, akute nephritis) kunnen optreden en die vaak doodelijk eindigen.

De behandeling bestaat hoofdzakelijk in goede verpleging; heftige spierpijnen worden bestreden met inwrijvingen met een ammonium- of chloroformliniment.