is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der buis daarstelt. Wanneer daarentegen het vocht daalt, dan vertoont de top zich gewelfd, zoo als in Fig. 87. Fig. 88. j?jS- 88 aan. Deze vormen zijn wezenlijk

verbonden aan net rijzen ot aaien, want wanneer men b. v. de inwendige oppervlakte van den wand der buis met vet besmeert, en haar dan in het water dompelt, dan krijgt men aan

den top de figuur van eenen convexen meniscus, juist alsof men een gewoon glazen buisje in kwikzilver dompelde. Daaruit blijkt, dat het verschil van niveau van de gedaante van den meniscus afhankelijk is, en dat derhalve alle oorzaken, waardoor de meniscus belet wordt zijnen regelmatigen vorm aan te nemen, ook de hoogten der zuilen wijzigen. Wanneer b. v. eene buis van binnen niet volkomen zuiver en glad is, dan vormen er zich tandsgewijze uitsnijdingen aan den rand van den meniscus, en men verkrijgt dan, bij herhaalde proefneming, zeer verschillende resultaten.

Op de werking der haarhuizen berust het oprijzen van vochten door vloeipapier, de werking der kaarsen- en lampenpitten, effloreseeren van verzadigde zout-oplossingen, enz. De vaten der planten, welke het sap uit de weefsels omhoog voeren, zijn buitengemeen fijn, en doen reeds daardoor de vloeistof naar boven klimmen.

Zamenhang tusschen de deeltjes eener vloeistof. Hoewel de 43 vloeistoffen geene zelfstandige gedaante bezitten, en de afzonderlijke deeltjes derzelve zeer gemakkelijk over elkander verschuifbaar zijn, houdt daarom toch tusschen deze niet alle zamenhang op, gelijk reeds uit de vorming van druppels, de drupvorming, blijkt. Wanneer men een weinig water giet op eene met lycopodium bestrooide plaat, of een weinig kwikzilver in eene porceleinen schaal, dan worden er bijna kogelvormige druppels gevormd. Indien er volstrekt geen zamenhang tusschen de afzonderlijke deeltjes van het water en het kwikzilver bestond, moesten de deeltjes gelijk stof uit elkander vallen; bij het langzame uitgieten van vochten uit eenig vat zouden zij niet in afzonderlijke droppels vallen; zulk een droppel valt eerst dan, wanneer hij zwaar genoeg is, om zich als het ware van het overige der massa af te scheuren.

Men kan de cohaesie, die er tusschen afzonderlijke deeltjes eener vloeistof bestaat, regtstreeksch meten. Wanneer eene vaste schijf op de oppervlakte van een vocht geplaatst wordt, kan men haar niet meer in eene horizontale rigting zoo uit het water trekken, alsof zij vrij in de lucht hing, maar er wordt, om haar in de hoogte te trekken, eene meer of minder groote kracht gevorderd. Om deze kracht te meten, bedient men zich van de balans. Aan de eene zijde hangt men eene horizontale schijf, aan de andere zijde legt men een tegenwigt dat haar in evenwigt houdt. Wanneer de balans in evenwigt gekomen is, brengt