Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouderdom, wederom aan eene krachtige voeding. Een minne geve men het kind echter niet, voor dat het een tijdlang door een mengsel van garstenat met koe- of geitenmelk gevoed geworden is. De voeten van liet kind moeten altijd warm gehouden en de huid met flanel bedekt worden, daar het wrijven der huid hier eene weldadige prikkeling uitoefent {billard). u

Toel beschrijft in horx's Archiv. J8M. JVov. S. 467 eene kinderziekte, welke hij mesenteritis acuta noemt, en welke, volgens zijne waarnemingen, alleen bij klierachtige voorwerpen, en wel °het meest tusschen het 2^ Cn 10de levensjaar zoude voorkomen. Dezelve komt onder de volgende verschijnselen te voorschijn: de kinderen verliezen derzei ver opgeruimdheid, worden verdrietig, traag en versmaden bijna van stonden aan , de hun anders meest geliefde spijzen , zonder dat er teckenen van eene gestoorde spijsvertering, beslagene tong, misselijkheid, enz aanwezig zijn. Nadat deze toevallen, bij welke de kinderen het bed nog niet houden willen, 1-2 dagen geduurd hebben, treedt gewoonlijk tegen den avond of in den nacht eene duidelijke koorts, zonder voorafgaande koude, met eene onaangename drukkende gevoeligheid in. den onderbuik, te voorschijn. Deze gevoeligheid ontaardt spoedig in een pijnlijk gevoel, hetwelk de kinderen als diep in den buik zetelend „ met als knijpend of stekend , maar meer als brandend beschrijven. De pijnen , weJke periodiek heviger worden , echter niet geheel ophouden , trekken gewoonlijk naar den rug en het kruis, en de zieken klagen meer over deze deelen dan wel over den buik. Hoesten , niezen , diep ademhalen schijnen de pijn niet te vermeerderen ; wel daarentegen bewering voornamelijk buiging van den rug ; daarbij is een hard leger den "zieke' aangenamer dan een zacht veeren bed. De buik is noch harder, noch meer opgezet dan gewoonlijk en verdraagt eene tamelijk sterke drukking, voor dat de zieken over vermeerdering van pijn klagen. De koorts verheft zich duidelijk tegen den avond; bij grooten dorst, brandende handen en gelaat is de pols menigvuldig en klein, van 100 — 120 slapentegen den morgen volgt er nalating ran koorts, zonder dat dezelve peheel ophoudt. De geheele ziekte door bestaat er eene groote slapeloosheid: Manneer de zieken door afmatting inslapen, ontwaken zij meestal spoedt kermende en steunende. De tong blijft bijna altijd zuiver; de smaak is meer aauw dan kwalijk; neiging tot braken is niet aanwezig. De ontlastingen geschieden, zonder dat er juist verstopping aanwezig is, slechts traap en es aan m eene bruin-gele slijm; de pijnen ondergaan door dezelve geene vei igting. De pislozing is spaarzaam, evenwel niet onderdrukt. "Wanneer er uitwendig aan den hals opgezwollene klieren aanwezig zijn zoo worden deze in het verloop der ziekte meestal dunner. De gewoonlijk reeds zwakke kinderen worden, gedurende deze ziekte, buitengewoon mager. Opstoppingen der pis, welke r. willam als het eenige, bijzonder zich kenmerkende verschijnsel dezer ziekte bij meerdere kinderen waar, nam, heelt toel nooit opgemerkt.

Sluiten