Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo verbreiden zich somwijlen kleine haarvaten door dezelve, welke later wederom verdwijnen. In het laatste tijdperk vindt men alle graden van verweeking, van dc vastheid eener gekookte kastanje-tot die van; eenen zeer dunnen en weiachtigen etter. Dat laatste komt echter zelden in de darmschijlklieren voor , daar het mogelijk ten deele wordt opgeslorpt , of de zieken reeds eerder sterven , voor dat de tuberkuleuze ontaarding hare laatste ontwikkeling bereikt. Somwijlen vindt men eene drooge, krijtachtige zelfstandigheid, overeenkomende met die, welke men veelvuldig in de tuberkuleuze luchtpijpsklieren aantreft.

Tot welken graad van ontwikkeling de tuberkuleuze ontaarding ook moge gekomen zijn, zoo is evenwel meestal het buikvlies, hetwelk dezelve meer of min onmiddelijk in eene zekere uitgestrektheid overtrekt , gezond, doorschijnend of slechts ligt leikleurig. Somwijlen is het ondertusschen ook rood ontstoken , en toont zelfs zamengroeijingen met de darmen , welke tot toesnoering en daardoor tot volledige toesluiting van het darmkanaal aanleiding kan geven.

Het slijmvlies van het darmkananaal is bij de darmschijl-tuberkelen somwijlen rood en duidelijk ontstoken , voornamelijk op het einde van den dunnen darm. Uier treft men ook somtijds kleine, oppervlakkige , rondaclitige zweren en lidteekenen van zweren aan , welke men ligtelijk aan de straalsgewijze, naar één punt zamenloopende plooijen van het slijmvlies herkent, waarhij dit punt dunner en donkerder , dan de omligliggende deelen is. Behalve deze oppervlakkige zweren vindt men ook andere in de diepte liggende , welke door de geheele dikte der 3 rokken van het darmkanaal tot op het buikvlies doordringen, hetwelk somtijds zelfs zwerende en doorboord is. Deze uitgestrekte verzweringen zijn cirkelvormig en evenwijdig aan de dwarsplooijen van het ileutn geplaatst. Gewoonlijk zijn dezelve met vleeschachtige bloedige violetkleurige uitwassen bezet, in wier midden men somwijlen bovendien kleine ronde, niet in ettering overgegane tuberkelen aantreft. Deze verzwering neemt men bij meer dan de helft van voorwerpen, welke aan darmschijlklieren lijden, waar; zij staan ondertusschen met de tuberkuleuze ontaarding der darmschijl-klieren in geen wezenlijke verbinding, en zijn van dezelve onafhankelijk, liet slijmvlies van den darm is somtijds over deszelfs geheele uitgestrektheid volkomen gezond , zelfs wanneer ook d9 darmschijl-klieren zeer groot en ten deele reeds in verwceking zijn overgegaan.

De darmschijl-tuberkelen komen het meest van het tijdperk der tanden-vorming tot den ouderdom van 12—15 jaren voor. Afgezien van den invloed eener slechte voeding, kan bij een' bestaanden aanleg alles, wat op de onderbuik-organen verzwakkend en prikkelend werkt, de ontwikkeling van deze kwaal veroorzaken. Guersent houdt den invloed van koude, voornamelijk eener vochtige, onvolledige zuivering van het gestel bij acute uitslagziekten, het onderdrukken van dusdanige uitslagziekten en het naar binnen slaan der meeste chronische huidziekten des-

Sluiten