Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vaii de huid had opgehouden, uit welke dezelve haar oorsprong scheen te nemen. Schwarz (Hüfel. Journ. J826. Aug.) laat dezelve niet later dan in de 6le week na de geboorte te voorschijn treden. Zoo doende mag ook de door HEDRICH (Zeilschr. f. Natur u. Heilk. V. 3.) als celweefselverharding vermelde ziekte-toestand van een 6-jarig meisje, welke na een' porselein-gierstuitslag te voorschijn kwam, en alzoo klaarblijkelijk een gevolgelijk lijden was, niet hiertoe behooren. De kinderen , welke door dit lijden werden aangetast, komen meestal in eenen ellendigen toestand ter wereld , hebben weinig warmte bij zich, zijn kommerlijk gevoed en droogen dikwijls in zeer korten tijd mumieaardig weg. De pols is, dikwijls zelfs voor de vorming der ziekte, naauwelijks voelbaar, de ademhaling zeer moeijelijk. Meestal begint de doorzijging aan de onderste ledematen en wel aan de voeten, dezelve klimt gewoonlijk eerst tot aan de bovenbeenen , voordat zij ook aan de handen wordt waargenomen. Op het einde der ziekte worden de onderbuik, de billen, de geslachtsdeelen aangedaan, nog later, en alleen in de hevigste gevallen, het achterste gedeelte van den romp. Het voorste gedeelte van de borstkas vond valleix slechts bij eenige ontijdig geborene kinderen, welke 2 of 3 dagen geleefd en naauwlijks ademgehaald hadden, door deze doorzijging aangedaan. Nooit nam hij deze aandoening op beide zijden Van het ligchaam even sterk waar ; er bestond altijd een zeer in het oogloopertd onderscheid, en de zijde, op welke het kind lag, was altijd sterker aangedaan. Yolgens pieper (Die Rinderpraxis u. s. w. S. 323.) zouden de bovenste ledematen zelden mede in dit lijden begrepen worden , de ziekte gewoonlijk aan de kuiten beginnen en weldra de schaamdeelen mede aantasten. Is de doorzijging zeer uitgebreid , zoo vindt men deaelve op de, het eerst aangedane plaatsen, alzoo aan de voeten , het sterkste. Eenige schrijvers maken gewag van het vooruitsteken van de Voetzool, welke den vorm van een ezelsrug zoude hebben. De meening van meerdere schrijvers, dat de aangedane deelen op het gevoel hard als hout zijn , en geen spoor van het drukken met den vinger achterlaten, spreekt VALLEïX tegen ; hij konde bij eene aanmerkelijke doorzijging aan <le ledematen altijd eene diepe groef waarnemen, welke slechts langzaam verdween. In de eerste dagen der ziekte heeft de huid, het meest aan de Toeten eene violetkleur. Later verdwijnt deze kleur, en er treedt in hare plaats eene levendige- of matgele , welke voornamelijk in het gezigt bemerkbaar is ; in de laatste dagen hebben de meeste kinderen een geelzuchtig voorkomen en zijn rondom de lippen eenigzins loodkleurig. Alleen de voeten en handen behouden somwijlen hare violetkleur, zonder eenige bijmenging. Volgens de meening van eenige artsen zoude de huid zoo vast aan de onder liggende deelen hangen, dat dezelve noch heen of weer geschoven, noch in vouwen gelegd kan worden; underwood meent zelfs, dat dezelve als op het been gelijmd is. Valleix daarentegen gelooft , dat deze artsen de bedoelde kwaal met de verharding van het vetstofweefsel verwisseld hadden; in het begin der ziekte kan men de

Sluiten