Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leen in het andere onderscheiden. Ook met de achterste vlakte van het darmbeen , met het zit- en schaambeen , heeft men beenachtige zamengroeijingen, door middel van eenen sterken callus, waargenomen. Waar de beweging behouden werd , schijnt de gewrichtsholte altijd min of meer met harde uitwassen opgevuld, hare randen verbogen, of, even als een, van deszelfs tanden beroofde alveolus , ineengekrompen. In stede hiervan heeft zich het hoofd van het dijbeen op de uitwendige vlakte van het heupbeen, of waarheen het moge uitgeweken zijn , eene diepte gemaakt, en rondom zich, door vermeerderden aandrang van sappen en beenvorming, even als een wal opgeworpen , zoodat het opgevulde acelabulum ten minste eenigermate vergoed schijnt, en het, door verhard celweefsel, even als door een' nieuwen gewrichtsband omgeven beenhoofd , in eene bruikbare holte rust.

Albers en kust hebben eene beschrijving der veranderingen gegeven , welke de beenderen van het bekken in hunnen vorm en hunne ligging ondergaan. Bij zulke voorwerpen, welke een tijdlang verlamd waren, wordt het bekken naar boven gedrongen. Het heiligbeen is meestal vlak en plat; in eenige gevallen, echter, ook meer gekromd dan gewoonlijk. Het stuitbeen is sterk naar voren gebogen en de vereeniging van den laatsten lendenwervel met het heiligbeen, vormen eenen regten hoek. Het heupbeen van de lijdende zijde staat hooger, en heeft in bet algemeen eene loodregte rigting en eene driehoekige gedaante; de uitwendige vlakte is glad, terwijl d e fossa meer dan gewoonlijk schijnt uitgehold te zijn Deze uitholling hangt waarschijnlijk van de werking des iliacus af, welke die der glutaei overtreft. Het horizontaal gedeelte van het schaambeen schijnt dikwijls verlengd en smaller dan in den gewonen toestand ; het zitbeen is gewoonlijk naar buiten en naar voren gebogen. Ten gevolge van de veranderde ligging der beenderen van het bekken, ondergaan ook de verschillende afmetingen van het bekkenholte eene wezenlijke afwijking

van den gewonen toestand.

Bij voorwerpen , welke, ten gevolge yan een lijden van het heupgewricht , een tijdlang kreupel waren , vindt men , dat de spieren in eene, van de natuurlijke afwijkende rigting werkzaam waren. Somwijlen zijn meerdere spieren met elkander vereenigd, in eene peesachtige massa veranderd en verhard. De nervi ischiadici en crurales zijn gespannen of naar ééne zijde gedrongen. In vele gevallen treft men het geheele klier-

stelsel ziekelijk aangedaan aan.

Aetiologia. De coxartronace komt het meest bij kinderen van

3 12 jaren voor; men heeft haar evenwel ook bij nog jongere kinderen

•waargenomen , en in eenige , door albers medegedeelde gevallen , was zij zelfs aangeboren. Eenige schrijvers zijn van meening , dat het vrouwelijke geslacht, wegens de meer teedere bewerktuiging, meer voor deze •kwaal vatbaar zijn, dan het mannelijke ; rust wil haar daarentegen veelvuldiger bij knapen dan bij meisjes waargenomen hebben. Scrophuleuse en rachitische kinderen worden het meest aangetast. De teweegbrengende

Sluiten