Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bandachtige en spierachtige weefsels tot hunnen natuurlijken toestand niet meer mogelijk is, moet de kunst alleen de Terdere verwoesting tegengaan en de natuur in hare poging , om een nieuw gewricht of eene gewrichtsrerstijving te vormen, ondersteunen. Somwijlen Toert het negative middel, te weten, om door geene beweging, hoegenaamd ook, dit streven te storen, tot den zoo even genoemden betrekkelijk besten uitgang, en de kunst heeft aldus niets te doen, dan de grootste rust aan te raden, en alles wat schadelijk is, af te weren. Is evenwel de werkdadigheid van het lijdende gewricht te zeer onderdrukt, om de plaatselijke stoornissen voor dusdanigen uitgang alleen te overwinnen , zoo is het gloeijende ijzer het beste middel , om de opslorping van den etter in de verwoeste deelen te bevorderen , en de gezonkene levenskracht in het lijdende gewricht op nieuw tegen de vijandelijke aandoening op te wekken. Men heeft door de aanwending van het gloeijend ijzer aanmerkelijke ophoopingen van etter en vochlbevattende gezwellen zien verdwijnen , en , na de genezing van de etterende huid-oppervlakte betrekkelijke genezing zien tot stand komen (Huur, t. a. pl.).

Heeft de verwoesting der deelen zich reeds zoo ver uitgestrekt, en is de hoeveelheid van den , in het gewricht uitgestorten etter zoo groot, dat er aan opslorping van dezelve niet meer te denken is, zoo zoude men, volgens het gevoelen van de meeste artsen, de etterbuil openen. Eenigen geven evenwel den raad , de opening van het abces óf geheel na te laten (rcst), óf dezelve zoo lang mogelijk uitstellen (a. cooper), dewijl zij in de meeste gevallen levensgevaarlijk is, en gewoonlijk veel sneller den dood veroorzaakt. Ontstaan er fistuleuse gangen, zoo wendt men inspuitingen van afkooksel der Cort. chin., Querc. of Fol. jugland. met Tinct. myrrk. Bij beginnende febr. lenta wordt voornamelijk eene verbinding van Digitalis met Jq. laurocer. geroemd; bovendien trachte men de voeding te vermeerderen en het ligchaam door ligt verteerbare voedzame spijzen, krachtige baden, enz., te versterken.

In lateren tijd hebben humbert en jacqcier (Essais et observations sur la mam'ere de rcduire les luxations spontanées , etc. Barleduc et Paris J835) den raad gegeven , om het, door coxarthrocace verlengde been , aangenomen dat de kwaal heeft opgehouden, en er noch slepende ontsteking caries, necrosis, ettering of fistuleuze gangen aanwezig zijn , in deszelfs standplaats terug te brengen. In het opgenoemde werk vindt men opgegeven, dat hümbert twaalf voorwerpen van verschillenden leeftijd met ten deele zeer aanmerkelijke verkorting van het been, welke bij meerderen reeds 4—6 jaren bestond, grootendeels met het beste gevolg behandeld heeft. Het vroeger te korte been verkreeg, met uitzondering van weinige voorwerpen , bij welke het onbeduidend korter bleef, de lengte van het gezonde , als ook de tot gaan gevorderde beweegbaarheid en stevigheid van het gewricht. Dat zich het acetabulum, na de uitwijking van het hoofd van het dijbeen, met slijm, nieuwe vormsels, beenuitwassen, enz. opvult, en dat de vereeniging, welke

Sluiten