Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 633.

Ongeboren kind in aangezichtsligging.

Fig. 634. Hoofdvorm van 'een in aangezichtsligging geboren kind.

pen dankt de schedel een zekere beweegbaarheid der hoofdbeenderen, die daarin tot uiting komt, dat de verschillende beenderen tegen el¬

kander schuiven en daardoor den omvang van het hoofd verkleinen. Zoo is de hoofd¬

vorm van kinderen, die in schedelligging (de veelvuldigste ligging) geboren zijn, heel karakteristiek (z. afb.). Wordt, zooals meestal het geval is, het achterhoofd het eerst geboren — achterhoofdsligging —, dan is het hoofd in de lengte getrokken en eenigszins spitsvormig, terwijl het bij voorhoofdsligging, wanneer het voorhoofd het eerst geboren wordt, de na-

o '

tuurlijke vorm zeer nabij komt. Daarentegen is de hoofdvorm van een in voorhoofdsligging geboren kind zeer avontuurlijk (z. afb.).

Bijzonder opvallend is de verschuiving van den natuurlijken vorm bij de aangezichtsligging. Het verschil tusschen den omvang van het hoofd in deze houdfng en de afmeting van het bekken is zoo groot, dat de geboorte alleen door een bijzondere verschuiving der schedelbeenderen mogelijk wordt. De drie afbeeldingen toonen de ligging van het kind en den langgerekten vorm van het hoofd, die hiervan het gevolg is.

De tot dusver besproken liggingen — die men met hoofdliggingen samenvat, omdat daarbij het hoofd het vooraankomende gedeelte is — leveren met uitzondering van de voorhoofdsligging voor het kind geen gevaar op, ook de aangezichtsligging gewoonlijk niet, niettegenstaande deze het uitdrijvingstijdperk verlengt en daarmede ongunstige

Sfi*

Fig. 635.

Verschuiving der schedelbeenderen bij aangezichtsligging.

Sluiten