Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.duren. En ook dan moet er voor gezorgd worden, dat niet dadelijk weder eene ontvangenis plaats heeft, daar eerst 3 maanden na de bevalling de baarmoeder hare normale eigenschappen weder teruggekregen heeft.

Voor het behoud der gemoedsrust der kraamvrouw draagt de toestand der omgeving in hooge mate bij. lerwijl de jonge kraamvrouw zich lichamelijk van iedere beweging onthouden moet, — zij moet de eerste drie dagen doorloopend op haar rug liggen, — mag om haar heen geen onrust heerschen. De gewone bezoeken in de eerste dagen, tfaarop ieder „maar een oogenblik" de kraamvrouw wil geluk wenschen en daarbij vergeet, dat niet de duur, doch het aantal der bezoeken den doorslag geeft, zijn het best geheel te staken, uitgezonderd die der naaste bloedverwanten. Doch ook deze mogen niet te dikwijls in de

kraamkamer komen.

De voeding moet in de eerste dagen licht zijn en behoeft volstrekt niet uit magere kost te bestaan, zooals nog dikwijls geloofd wordt. Het best geeft men vloeibare spijzen, zooals melk, voedzame soepen, thee of koffie met veel melk en wat wittebrood. Alcoholische dranken en kruiden zijn streng te weren. Bij welbevinden en goeden eetlust kan men ook zonder bezwaar op den derden dag wat wit vleesch en gestoofd fruit geven. Voor de volgende dagen moet men bij de keuze der spijzen slechts daarop letten, dat er geen winderige, zware en gekruide gerechten onder zijn. Van koele dranken zijn de beste helder water, licht mineraalwater en ook vruchtensappen.

jqa 12 14 dagen mag de kraamvrouw voor het eerst opstaan.

Helaas wordt in de meeste gevallen deze noodzakelijke rustperiode ternauwernood bereikt, daar de meeste vrouwen niet in staat zijn, zich zoolang te ontzien. Waar dit niet mogelijk is, moeten toch minstens 9 dagen in bed worden doorgebracht. Bij het eerste opstaan mag de kraamvrouw slechts korten tijd, ongeveer 2 uur, het bed verlaten, die dan langzamerhand iets verlengd wordt. In de derde week moet zij nog veel rusten en iedere inspanning vermijden, en eerst na 4 weken is de eerste wandeling geoorloofd, waarna dan geleidelijk de opneming

der gewone bezigheden volgt.

Van groot belang is de omstandigheid, hoe de krasmverpleging door de daartoe bevoegde personen •— vroedvrouw of verpleegster uitgeoefend wordt. Beide moeten niet alleen bekwaam en technisch onderlegd zijn, doch zij moeten — in de eerste plaats de vroedvrouw met de voorschriften der desinfectie grondig vertrouwd zijn. De stand der vroedvrouwen ondergaat gelukkig een toenemende maatschappelijke verbetering, daar veel beschaafde vrouwen niettegenstaande de

Sluiten