Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamentachtig uitgedroogde gedaante, die bij de bevalling medegeboren wordt.

In nog andere gevallen kan na het afsterven der vrucht het ei zich ziekelijk verder ontwikkelen, waarbij de vlokken van het vaatvlies eigenaardig ontaarden. Een zoodanig ei wordt mola genoemd. De vlokken veranderen zich in tallooze blazen en blaasjes, die als druiven dicht op elkander gerangschikt zijn. Dit vormsel heet daarom druivenof blazenmola (Fig. 649). Druivenmolae kan de grootte van een kinderhoofd bereiken en pleegt zeer snel te groeien.

Buitendien zijn er nog bloedmolae, die ontstaan, doordat het afgestorven ei zich in alle deelen met bloed vult. Zij vormen een roodbruine, vleezige massa.

Deze ontaardingen van het ei leiden gewoonlijk tot een onevenredig snelle vergrooting der baarmoeder, tot bloedingen en ten slotte tot abortus.

Het afsterven van het kind is niet steeds onmiddellijk waar te nemen. In verhouding het meest treedt plotseling een hevige huivering op. Was het embryo reeds over de eerste ontwikkelingsstadiën heen, dan heeft de moeder het onbehagelijke gevoel, alsof een vreemd lichaam in den buik heen en weer valt. Hadden zich reeds kindsbewegingen voorgedaan, dan valt het op, dat deze uitblijven. Het ophouden der harttonen geeft dan de zekerheid, dat het kind dood is.

(S)

De misgeboorte.

Het vroegtijdige afbreken der zwangerschap is een buitengewoon veel voorkomende gebeurtenis. De uitstooting der vrucht in de eerste 28 weken heet misgeboorte of abortus, de vroegtijdige geboorte gedurende den daarop volgenden tijd — voor zooverre zij voor het natuurlijke einde der zwangerschap plaats heeft — heet vroeggeboorte. Een misgeboren vrucht is niet levensvatbaar, terwijl een kind van meer dan 28 weken onder gunstige omstandigheden in leven blijven kan.

Bijzonder veelvuldig is de abortus in het begin der zwangerschap. Veel vrouwen, vooral zij, die voor de eerste maal zwanger zijn en dit niet weten, houden dikwijls de abortus voor eene iets vertraagde en daarom sterker optredende periode, waaraan zij geen beteekenis hechten.

De oorzaken bestaan meestal — afgezien van de kunstmatige vroeggeboorten —- uit schokken, die het onderlijf treffen, alsmede uit chronische, ziekten der baarmoeder. , Veelvuldig komt abortus voor, wanneer vrouwen aan de wasch zijn en deze te drogen hangen, vooral

Sluiten