Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, als dat zij het eergevoel uit het kind en de huichelarij erin geslagen hebben. Daarbij komt, dat zij elk ontzag verliezen. Want zij slaan, of omdat zij geen zelfbeheersching hebben, of omdat zij het begrip van het kind niet kunnen opwekken, en dit voor trots en lui houden. In beide gevallen doorziet het kind de ware beweegreden en verliest het respect. Reeds menige voortreffelijke karaktereigenschap is ten offer van het slaan gevallen en in het tegendeel ontaard. Hoe beter iemand als opvoeder geschikt is, deste minder behoeft hij lichamelijk te straffen, want deze zijn alleen dan noodzakelijk, als het begrip voor het innerlijke leven van het kind ontbreekt en de opvoeder niet met kinderen kan omgaan.

Zonder twijfel kan een klap op zijn tijd geen schade doen, want ieder kind begaat in zijn omstuimigheid dwaasheden of ongemanierdheden, waarvan men de herhaling door een paar lichte klappen tracht te voorkomen. De beste hulp bij deze pogingen is echter niet het slaan, doch het beroep op het eergevoel van het kind. Met geduld, verwijten en vóór alles met zachte vermaningen bereikt men gewoonlijk alles wat men wil; kinderen met een moeilijk te behandelen karakter zijn over 't algemeen slechts op deze wijze te genaken — overdreven strengheid alsmede te groote toegevendheid werken in zulke gevallen even schadelijk. Het slaan is hier echter totaal verkeerd, want het doodt de goede eigenschappen en laat de slechte verderfelijk voortwoekeren.

De schooljaren.

Met het zesde levensjaar eindigt de gelukkigste tijd van het kind. Een geheel nieuwe periode vangt aan, waarin het voor het eerst plichten leert kennen en zich in eene strenge geregelde bezigheid moet voegen.

De taak der school bestaat uit het methodisch vormen van den geest door een systematisch onderricht, alsmede in de poging om ook het karakter te vormen. Doch de wegen, die tot dit doel worden ingeslagen, zijn niet effen, want zij zijn met een chaos van doode en overvloedige wetenschap bezaaid, die van het talent der kinderlijke hersenen buitengewoon veel vordert. Daarbij wordt de voor het leven noodzakelijke kennis zoo weinig in acht genomen, dat zij na het einde van den schooltijd in het gunstigste geval slechts eerst den grondslag tot een werkelijk bruikbare volmaking vormt, inplaats het voldoende in staat te stellen den strijd om het bestaan te voeren.

Nog veel onaangenamer zijn de gevolgen van het schoolgaan op het gebied der karaktervorming. In werkelijkheid is de school totaal niet in staat op het karakter eenigen invloed uit te oefenen, want daartoe behoort eene nauwe persoonlijke voeling tusschen onderwijzer en

Sluiten