Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het stotteren is eene krampachtige storing in het vloeiend spreken, welke ten deele op gebrekkige werking van de spraakspieren, ten decle op verkeerde inademing berust. Zekere klanken en zinnen kunnen slechts met de uiterste inspanning worden te voorschijn gebracht, waarbij de stotteraar herhaaldelijk tracht te spreken. Gewoonlijk gaat dit gepaard met meer of minder vertrekken van het gezicht, daar de gezichtsspieren onwillekeurig de beweging medemaken om de weerspannige woorden tot uiting te brengen.

De oorsprong van het gebrek is niet altijd duidelijk. Dikwijls speelt hierbij het naapen een groote rol, als de kinderen in hunne naaste omgeving stotterende personen hebben en naar hun uitspraak voortdurend luisteren. In vele gevallen is het stotteren daaraan te wijten, dat de kinderen door het snelle en afwisselende denken zich niet snel genoeg kunnen uitdrukken, derhalve haastig over hunne woorden vallen en de bij het normale spreken noodige rust in het ademen en uitspreken verstoren. Hoe meer zich dit herhaalt, deste dieper wortelt de slechte gewoonte in en daarmede ook de gebrekkige uitspraak.

De hoofdoorzaak is echter zonder twijfel een groote zenuwachtigheid, want er zijn talrijke gevallen, waar het stotteren bij kinderen zich voordoet, die door te groote inspanning, ondoelmatige voeding met te veel vleesch, alsmede met alcoholische dranken, door lichamelijke stoornissen of chronische ondervoeding zenuwachtig zijn geworden. Hierbij doet zich ook het feit voor, dat het stotteren meestal eerst in den schooltijd opkomt, terwijl daarvan tevoren niets te bemerken was. De school stelt nu eenmaal hoogere eischen, waardoor het minder weerstandsvermogende zenuwstelsel van zulke kinderen te zeer in aanspraak wordt genomen. Ook aangeboren zenuwachtigheid door erfelijke belasting is niet zelden de oorzaak.

De kwaal moet men zoo vroeg mogelijk tegenwerken, daar zij anders een treurige metgezel op den verderen levensweg is. Niet alleen, dat spotterij en plagerij de schooljaren vergallen, doch het kan ook voor den lateren vooruitgang in het leven een grooten hinderpaal vormen, daar het niet alleen de beroepskeuze beperkt, doch ook op den gemoedstoestand van de daarmede behepten, een grooten invloed heeft. De vrees zich belachelijk te maken en de verlegenheid in het gesprek met vreemden maken bleu en voeren dikwijls tot eenzaamheid en menschenschuwheid. Men moet derhalve van jongs af aan op het spreken der kinderen letten en ervoor zorgen, dat zij niet te snel spreken.

Wanneer zich de eerste kenteekenen van het stotteren vertoonen, dan moet direct geneeskundig advies worden ingewonnen. Het is totaal verkeerd zich met het denkbeeld te troosten, dat „het mettertijd wel

Sluiten