Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, die weldra in diepe bewusteloosheid overgaat en, als er niet tijdig hulp komt, den dood ten gevolge heeft. De verdooving kan zoo snel optreden, dat de personen in elkander zakken zonder een kik te geven en daardoor de opmerkzaamheid der omgeving op zich te vestigen.

De eerste zorg bij de hulpverleening moet daarin bestaan, den verongelukte frissche lucht te verschaffen, hetzij door het openen der vensters of door het naar buiten brengen uit de met vergiftige gassen gevulde ruimte. Daar den redder echter hetzelfde gevaar dreigt als den verongelukte, zijn bepaalde voorzorgsmaatregelen noodzakelijk, waarvan het veronachtzamen zich bitter wreekt.

Wie in een met kolendamp gevulde kamer wil, moet zorgen voor een sterke tocht. Daartoe moeten of de vensters worden ingeslagen en de deuren opengezet of, wanneer de vensters niet te bereiken zijn, bindt degene, die binnen wil dringen een in scherp azijnwater gedoopte doek voor mond en neus, haalt voor de deur nog eenmaal diep adem en opent dan snel het venster, waarbij hij zelf weder lucht schept. Hoe sterker de ruimte door lucht wordt doorstroomd, deste sneller worden de vergiftige dampen verstrooid en verdund. Is eene ruimte met lichtgas gevuld, dan moet eveneens onmiddellijk voor versche lucht worden gezorgd, doch, wanneer het donker is, zonder licht aan te steken of daarmede binnen te komen, daar eene ontploffing anders onvermijdelijk is.

Bij mijnongelukken, waarbij het naar buiten brengen natuurlijk zeer tijdroovend is en een luchtstroom moeilijk verkregen kan worden, behelpt men zich eerst door het laten zakken en weder snel ophalen van een uitgespannen parapluie, hetgeen bij regelmatige snelle herhaling eene luchtbeweging en daarmede eene verdeeling en verdunning der in de diepte opeengehoopte gassen veroorzaakt. Intusschen daalt iemand naar beneden, om den verongelukte boven te brengen, doch moet, om zichzelf voor verstikking te beschutten, een met azijn- of kalkwater gedrenkte doek voor mond en neus binden. Den redder wordt een touw om borst en schouders gebonden en bovendien nog een signaallijn om een hand geknoopt. Het touw wordt van boven steeds gespannen gehouden en nauwkeurig nagegaan. Valt de afdalende soms flauw, dan is dit aan de lijn te bemerken, en het touw wordt dan onmiddellijk opgetrokken.

Heeft het reddingswerk echter een glad verloop, dan bindt de redder een ander touw om den bewustelooze en geeft dan het teeken om hen op te halen.

In alle verstikkingsgevallen moeten onmiddellijk pogingen gedaan worden om de levensgeesten weder op te wekken. Het werkzaamste

Sluiten