Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den voorkomt. Uit nauwkeurig anatomisch onderzoek ') is gebleken, dat altijd het slijmvlies sterk geplooid lag en na ontplooiing wijd genoeg was. Bovendien is het succes van de operatie van Rammstedt, waarbij alleen de spier wordt doorgesneden, voldoende beu ijs van de opvatting, dat de spier de oorzaak is van de stenose.

Het verloop van de ziekte en wel het spontane verdwijnen van de stenose wijst al evenzeer op een functioneel karakter van de aandoening, maar is bovendien een aanwijzing, dat de stenose op een spasmus berust. Daarvan kan men zich voorstellen, dat deze spontaan minder wordt, terwijl men moeilijk zou kunnen begrijpen, waarom een hypertrophische spier met den tijd minder dik zou worden.

Voor deze laatste opvatting, dat een hypertropliie van de spier van de pylorus het wezen van de ziekte uitmaakt, heeft men zelfs steun gezocht in de ontogenese en de phylogenese van dit gedeelte van de maag. Uit een oppervlakkig onderzoek zou zijn gebleken, dat bij het menschelijk foetus van een bepaalde grootte de pylorus relatief hypertrophisch was, terwijl bij sommige edentaten ook een hypertrophische pylorusspier zou bestaan. Maar het is overbodig om zich de vraag voor te leggen of deze gegevens iets kunnen bijdragen ter verklaring van de ziekte bij zuigelingen, aangezien de feiten waarschijnlijk niet juist zijn geobserveerd (Wernstedt).

Wanneer men bedenkt, dat bij het typische ziektebeeld behooren een hypertrophie van de spier van den pylorus alsook van het overige deel van de maag, terwijl men recht heeft om te veronderstellen dat er een spasmus pylori en een hypermotiliteit van de maag bestaan, en wanneer men zich herinnert, dat er een hypersecretie gevonden is, dan ligt het voor de hand om ter verklaring der verschijnselen te denken aan een abnormale — te sterke — m<7uswerking. Bij prikkeling van den N. vagus ontstaan hypersecretie, hypermotiliteit en spasmus pylori. Deze gedachtengang is door Thomson verder vervolgd, die heeft gemeend, dat de pylorospasmus der zuigelingen het gevolg was van een onvoldoende ontwikkeling van het systeem van den N. vagus, op soortgelijke wijze als de ziekte van Little met zijn spasmen van de spieren van de beenen veroorzaakt wordt door een onvoldoende afwerking van de pyramidebanen in het ruggemerg. Men moet deze vergelijking evenwel niet te ver doordenken, want dan gaat ze spoedig hinken. Er zijn geen anatomische onderzoekingen van den N. vagus dezer kinderen bekend, die deze theorie kunnen steunen.

1) "Wernstedt, Mon. f. Kiuderhlk. 1909. Bd. VIII. p. 524.

\

Sluiten