Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudigd als men deze groepeert in de alimentaire, toxische, autotoxische en infectieuze.

De alimentaire oorzaken zijn nog zeer verschillend van aard. Wanneer een kind met suiker of zoetigheden overvoed is, kan daaruit een darmcatarrh ontstaan, wanneer de suiker in den darm in abnormale gisting overgaat, en de daarbij ontstane zuren de darmwand ziek maken. Ook kan het voedsel in bedorven toestand verkeeren, zoodat de darm ziek wordt door de producten van het bederf. Slechts zelden ontstaan daarbij specifieke toxinen, zooals wanneer de B. botulinus zich in het voedsel vermeerderd heeft. De toxische stoffen, die een darmcatarrh kunnen veroorzaken zijn opgesomd in het hoofdstuk der intoxicaties. Naast de meer eenvoudige chemische stoffen, werden daar vermeld de vergiften, die in sommige paddestoelen en planten aanwezig zijn, en waarvan de meeste een darmcatarrh naast allerlei andere verschijnselen van intoxicatie kunnen geven.

Autotoxische oorzaken van een darmcatarrh zijn nog niet vermeld. Er moet o. a. over worden gesproken bij de nier- en leverinsufficiëntie. In beide gevallen neemt men een uitscheiding van vergiften, die niet door de nier verwijderd of niet door de lever onschadelijk zijn gemaakt, door de darm aan. Een aparte plaats nemen de darmparasieten in, (zie deel I, blz. 290) die alle een chronische darmcartarrh kunnen veroorzaken. Zelfs zou de trichocephalus dispar niet altijd onschuldig zijn.

Infectieziekten, die bij kinderen geen darmcatarrh kunnen geven zijn er slechts weinige. Hier kan men toch onderscheid maken tusschen infecties, die het regelmatig of dikwijls doen en andere waarbij de darmcatarrh eerder uitzondering is. Tot de eerste behooren de mazelen, dysenterie, cholera, febris typhoïdea tot de laatste malaria, diphtherie en vele andere. Toch heeft deze regel slechts bij oudere kinderen practische beteekenis. Want het optreden van een darmcatarrh door een parentale infectie is bij zuigelingen iets heel gewoons en schijnt bij elke localisatie der infectie voor te komen.

De verklaring van deze eigenaardigheid der zuigelingen, die ook borstkinderen bezitten, om een dyspepsie te kunnen krijgen bij elke parenterale infectie kan worden toegeschreven aan een vermindering van de tolerantie voor het voedsel door den invloed der infectie. Wanneer men bij het begin der infectie onmiddellijk de voedselhoeveelheid beperkt, dan is er alle kans, dat de diarrhoe uitblijft. Het schijnt, dat de darmbacteries bij zuigelingen met een infectieziekte dan kans krijgen zich krachtig te doen gelden, en dat deze een vermeerderde gisting doen ontstaan. Mogelijk komt in enkele gevallen ter verklaring van de darmcatarrh bij infectie-

Sluiten