Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij toch op den duur in elk zijner functies storingen zal kunnen gaan vertoonen, en dat dus de genoemde naam slechts past op den toestand van het oogenblik, waarop men naar de functiestoringen — tevergeefs — heeft gezocht.

Toch ziet men in acute gevallen bij kinderen dikwijls de genezing tot stand komen, zonder dat iets van een functiestoring blijkt.

Het is duidelijk, dat het uitblijven van storing in de chloridenen ureumuitscheiding bij deze vorm van nephritis het gevolg kan zijn van twee oorzaken, 1°. van de goedaardigheid der laesies van bet secerneerend nierepitheel, dat toch diffuus is aangedaan, maar ook 2°. van de haardvormige uitbreiding van het ziekteproces. De onderscheiding van deze twee redenen van het intact blijven van de chloriden- en ureumsecretie heeft groote practische beteekenis, omdat de tweede groep van nieraandoeningen in tegenstelling met de eerste zeer kwaadaardig kunnen zijn, al is deze maligniteit niet zoozeer een renale, zoolang er genoeg functioneerend nierweefsel over is om voor keukenzout- en ureumuitscheiding te zorgen. Ze treden — als men de niertuberculose en de nephritis bij een maligne tumor hier buiten beschouwing laat — vooral op bij infarctvorming in de nier, waarbij meestal de microörganismen zelf ter plaatse ontstekingshaarden veroorzaken.

Dit laatste zou voor de endocarditis lenta typisch zijn. (zie streptococcie) terwijl de andere metastatische vorm optreedt als complicatie van een sepsïs, (colibacillen, staphylo-, streptoccen) vooral indien er een endocarditis bestaat. Hierbij heeft men vaak een vrij groot aantal leucocyten, dat aan locale ettering doet denken. Overigens zijn albuminurie, cylindrurie en vooral haematurie de eenige symptomen.

I. Chloridenretentie. Bij een nephritis, waarbij de chloridenretentie het ziektebeeld beheerscht, en die acuut of chronisch kan zijn — trekt onder de verschijnselen het eerst de aandacht het bestaan van oedemen, zoodat men ook wel gesproken heeft van een néphrite hydropigène. Door een zeer eenvoudig onderzoek kan men uitmaken, dat deze oedemen het gevolg zijn van een slechte chloornatriumuitsclieiding. Men zal de oedemen, door het kind met het voedsel bijna geen keukenzout te geven (zoutloos diëet), min of meer snel zien verdwijnen en kan dan elk oogenblik door een kleinere of grootere hoeveelheid keukenzout toe te voegen aan het voedsel de oedemen weer doen optreden. Door het kind dagelijks te wegen ziet men, dat het in de periode van het zoutelooze diëet sterk afvalt om weer snel in gewicht toe te

II. 7

Sluiten