Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbij is, als er raad wordt gevraagd, soms door palpatie van de nier een vergrooting vaststellen.

Deze geschiedt door de eene hand achter in do lendenen onder de laatste ribben vlak tegen de rug te leggen en het kind daarop rustig te laten liggen, en dan met de andere hand de buikwand van de voorzij langzaam in te drukken. Men kan dan trachten de handen door gestadigen zachten druk bij elkaar te brengen, en zal aldus een sterk vergroote (of verplaatste) nier kunnen tasten. Meestal moet men wachten, tot dat liet kind diep zucht (desnoods laten huilen) om dan op het hoogtepunt van de*. inspiratie te trachten tusschen de handen de nier a. h. w. te vangen. Hierbij gelukt het ook vorm en oneffenheden te voelen.

Bij vergrooting van de nier — waardoor deze losser komt te liggen — kan men bovendien het verschijnsel van ballottement rénal waarnemen — met de onderste hand geeft men plotseling de nier een stoot en voelt deze na korte tijd weer op die hand terugvallen.

De allerbelangrijkste diagnosticum voor de herkenning van een niertuberculose in den beginne is de vondst van tuberkelbacillen. Het is bijna overbodig te zeggen, dat in den beginne dit zoeken vruchteloos kan zijn, doordat de tuberculose gesloten is, en de tuberculeuze haard niet met de urinewegen communiceert, en dat hierop te rekenen valt, indien er geen etter in de urine is. Ook een afsluiting van de ureter kan — juist bij vergevorderde afwijkingen — de urine volkomen normaal laten zijn.

Het verdere verloop van een niertuberculose is meestal, dat het ziekteproces zich uitbreidt. Terwijl aanvankelijk — als regel — de eene nier geheel of vrijwel gezond is, en zelfs het ziekteproces in de zieke nier zich ver kan uitbreiden, zonder dat de andere nier gaat meedoen, is toch het vrijblijven van de gezonde nier een hooge uitzondering, als men de ziekte aan zichzelf overlaat. Vroeg of laat wordt uit de operabele aandoening een inoperabele, omdat men zelden moed zal hebben een nier weg te nemen, als men weet, dat ook de nier, die men er in laat, ziek is.

Behalve naar de andere nier kan het proces zich ook uitstrekken — en meestal gaat deze complicatie vooraf aan de aandoening van de tweede nier, omdat ze als tusschenschakel daartoe noodig is — naar de blaas en de ureteren. Men zal zelden deze ureterenaandoening kunnen herkennen zonder cystoscopisch onderzoek. De blaastuberculose geeft evenwel typische klinische symptomen, die zijn een zeer heftige pijn bij het urineeren, en een buitengewoon frequente mictie door intolerantie van de blaas. Elk half uur, elk kwartier moet het kind urineeren. Deze blaastuberculose maakt de kans op volledig herstel door nephrectomie kleiner, maar behoeft niet als reden beschouwd te worden om van deze radicale therapie af te zien, omdat men de cystitis soms ziet genezen na verwijdering van de zieke nier.

Sluiten