Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen, en steenen uit cystine of xanthinc opgebouwd. Maar men moet bedenken, dat de steenen hun naam te danken hebben aan het voornaamste bestanddeel, en als men de pathogenese der steenen wil nagaan, dan is het belangrijkste te weten, waaruit de kern der steenen bestaat: deze blijkt bijna zonder uitzondering uit uraten te zijn opgebouwd. Zoodat misschien nierconcrementen altijd ontstaan uit het urinezuurinfarct, en de appositie van andere zouten min of meer toevallig is, en afhangt van de reactie van de urine: phosphaatmantels ontstaan in alkalische urine, en in het bijzonder in de blaas.

Indien deze theorie over het ontstaan der niersteenen de juiste is, dan zouden de redenen, waardoor uraten, oxalaten of phosphaten in de urine kunnen neerslaan, slechts secundaire beteekenis hebben. Toch valt hun beteekenis niet geheel weg, omdat de kennis van deze feiten het voornaamste aanknoopingspunt zijn voor een interne therapie.

Urinezuur en urinezure zouten (zie fig. 73) komen in sterkere concentratie in de urine voor, naarmate er meer nucleo proieïden in het lichaam verwerkt worden. Deze nucleo-proteïden bestaan uit een eiwitstof, die geheel als elke andere eiwitstof wordt afgebroken, tot er ten slotte ureum ontstaat, en uit een nucleïnezuur, dat schijnt te zijn opgebouwd uit phosphorzuur, een koolhydraat en purinebasen. Zoo bestaat het kristallijne inosinezuur uit phosphorzuur, 1-xylose (koolhydraat) en hypoxanthine (purine base); meestal zijn de nucleïnezuren veel gecompliceerder van bouw. Uit de purinebasen ontstaat in het lichaam urinezuur, dat is op te vatten als een trioxypurine van deze formule:

HN-CO CO C—NH

I II >co

HN—C—N

Wanneer oen kind nu voedsel krijgt, waarin veel nucleo-proteïden aanwezig zijn, (vleesch, vooral zwezerik, lever, nier) dan worden deze in den darm gesplitst: het nucleïnezuur, dat vrij komt wordt als zoodanig geresorbeerd en pas in de darmwand door een ferment: nuclease gesplitst in zijn bestanddeelen, waaruit het lichaam dan weer nucleo-proteïde opbouwt. Maar wordt er te veel toegevoerd, dan komt er een te sterke uitscheiding van urinezuur en purinebasen. Hetzelfde treedt evenwel op indien in het lichaam zelf veel cellen te gronde gronde gaan. Als meest typische voorbeeld daarvan kan dienen de enorme hoeveelheden urinezuur en purinebasen, die in de urine worden uitgescheiden

Sluiten