Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en als voor de infectieuse icterus kenmerkend symptoom, dat toch nog al eens ontbreken kan, bloedingen in huid en slijmvliezen. Óok de anorexie, het braken en de diarrhoe komen li ierbij voor.

Het verloop is lang niet altijd gunstig. Men treft in de meeste beschrijvingen de opmerking aan, dat de ziekte groot,e neiging tot rechutes heeft.

OORZAKEN EN PATHOGENESE.

Men heeft tot voor korten tijd dikwijls de meening verkondigd, dat de icterus infectiosus eigenlijk hetzelfde was als de icterus catarrhalis, en dus ook berustte op een infectie met verschillende micro-organismen. Misschien moet men deze opvatting voor het meerendeel der gevallen bij kinderen blijven huldigen.

Door onderzoekingen van Inado en Ito ') is evenwel de aandacht gevestigd op een vorm van infectieuze icterus, die onder de genoemde symptomen verloopt, en waarvan de oorzaak is een spirochaet. Zij hebben aan deze ziekte daarom den naam gegeven van spirochaetosis ictero-haemorrhagica. Behalve in Japan onder de bevolking zijn ook uit Duitschland, Engeland en Frankrijk tal van gevallen, meerendeels bij soldaten waargenomen.

Men kan op het klinische beeld de ziekte niet van andere vormen van infectieuze icterus onderscheiden, en moet de dier'proef te hulp nemen. Daartoe zal men in het begin van de ziekte 5 c.M.3 urine of bloed subcutaan bij een cavia inspuiten. Dit dier sterft na 10—14 dagen met icterus en in de lever vindt men zeer veel spirochaeten.

De diagnose berust tot nu toe op deze dierproef, hoewel men soms door onderzoek van het sediment van de urine in een OostIndische inkt praeparaat of met het ultramicroscoop de spirochaeten heeft kunnen vinden.

De prognose is veel minder gunstig dan van de icterus catarrhalis. Een specifieke therapie bestaat niet. Arsenicum-praeparaten (ook salvarsaan) zijn tegen deze spirochaetose onwerkzaam. Men zal ze daarom bij deze patiënten met lever- en nierlaesies liever niet geven. Meer belooft een serumtoediening, want het is L. Maktin en Pettit 2) reeds gelukt een serum bij een paard op te wekken, dat in staat was caviae tegen de ziekte te beschutten en van de ziekte nog te genezen, als het drie dagen na de infectie, werd toegediend.

Van veel belang is de behandeling van den algemeenen toe-

>) Journal of experimental medecine 1916. No. 3 en 4. *) Prease médicale 1916 no. 69 p. 569.

Sluiten