Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De sphygmographie heeft pas groote waarde gekregen vanaf het oogenblik dat door Mackenzie, Wenckebach, Lewis e. a. regelmatig is toegepast de gelijktijdige registratie van de arteriepols te zamen met venapols, leverpols of cardiogram. Daardoor is het voor het eerst mogelijk geweest om elke verheffing en elk dal in de venapols — door nauwkeurig uit te meten, op welk oogenblik van de hartscontractie de schommeling van de druk in de vena plaats heeft — nauwkeurig te interpreteeren (zie schema).

De veneuze pols vertoont 3 toppen en 3 dalen.

De eerste top a valt in de praesystole en wordt veroorzaakt door contractie van de voorkamer. Door een periode van —ï2o sec. daarvan gescheiden begint de c-top. Het begin valt samen met het begin van de primaire golf van de arteriepols op dezelfde plaats in de nek. Voor een deel is ze door de schok van de onder de vena liggende arterie veroorzaakt, maar ook door drukverhooging in het atrium bij begin van de kamersystole.

De derde top v eindigt op het oogenblik van de opening der atrio-ventriculair kleppen. Ze wordt veroorzaakt door drukverhooging in het atrium tengevolge van de systole van de ventrikel en waarschijnlijk door het terugslaan van de basis van de ventrikel bij het begin van de diastole. De u-top is soms gesplitst.

Venapols (achema). 0m in een sphygmogram van de

i „ veneuze pols de verschillende toppen te

vinden, gaat men als volgt te werk. Men meet vanaf de nullijn nauwkeurig de afstand tot aan het begin van de primaire

1 verheffing in de pols van de Art. carotis,

zet deze afstand af vanuit de nullijn van de venapols en komt dan uit op het begin van de c-top in de venapols. Meestal heeft men art. radialis en venapols opgenomen, dan moet men rekening houden met een verschil van sec. ongeveer, dat de pols later in de Art. radialis aankomt.

Men kan bovendien het hoogste punt van de u-verheffing vinden door op het sphygmogram van de Art. radialis vanaf de nullijn te meten tot aan het punt, waar de afdalende tak plotseling vlakker begint te worden. Wanneer men deze afstand uitzet op het phlebogram vanaf de nullijn, dan krijgt men juist de punt van de u-top.

Een directe methode om de a top te bepalen is er niet. Men kan in een normaal phlebogram deze verheffing zeer gemakkelijk vinden, doordat deze aan de c-top voorafgaat met een tusschenruimte van 0,1 tot 0,2 sec. In pathologische gevallen kan men slechts per exclusionem uitmaken, welke de a-toppen zijn.

Sluiten