Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kamer uitgaan. Hierdoor ontstaan meestal praenialure contracties, waarvan het electrocardiogram een afwijkende vorm heeft, die ook wel extrasystolen genoemd zijn. Veelal hebben deze praemature contracties, die bij kinderen zelden voorkomen weinig beteekenis, maar door productie van een groot aantal prikkels in de voorkamer kan een sterke polsversnelling een aanval van paroxysmale tachycardie of fibrillatie ontstaan en kan de circulatie gestoord worden. Ook abnormale productie van prikkels voor do hartcontractie kan dus een oorzaak zijn van hartinsufficientie.

Vanaf do knoop van Keith wordt de contractiegolf voortgeleid naar voorkamer en kamer. Daarbij blijkt een geheel apart systeem spiervezelen te worden gevolgd, die zich ook weer door hun structuur onderscheiden van de contractie-vezelen. Dit geleidingssysteem begint aan de basis van het septum atriorum, waar de vezelen zich vereenigen tot de "knoop van His-Tawara. Van hieruit ontspringt een bundel, die zich spoedig in tweeën deelt en zich ten slotte verspreidt en in het net van de Purkinje'sche vezelen uiteengaat. Tenslotte verbinden zich de uiteinden der vezelen van dit geleidingssysteem met de eigenlijke spiervezelen van beide kamers. Onderbreking van deze verbindingsbanen veroorzaakt een afzonderlijk pulseeren van atrium en ventrikel, hartblok genoemd. Vaak wordt dit hartblok zonder eenige storing verdragen, soms treedt ook hierdoor een insufficientia cordis op. Wanneer de frequentie van de atriumcontractie zeer groot is, zooals bij atrium fladderen (300 gemiddeld), dan volgt de ventrikel meestal het snelle tempo niet, en ontstaat er een partiëel hartblok.

In de meeste gevallen is de hartinsufficientie het gevolg van een gestoorde contractiliteit van de hartspier. Door allerlei processen in het myocard, door intoxicatie der spiercellen bij infectieziekten en vergiftiging' ontstaat een toestand van de spier, waardoor de spier niet meer in staat is dezelfde kracht te ontwikkelen als in gezonde dagen. Vermoedelijk daalt daarbij ook do tonus van de spier-en ontstaat daardoor vaak een dilatatie, waardoor de werkzaamheid van de spier nog meer belemmerd wordt. Ter verklaring van het ontstaan van een insufficientia cordis moet men steeds bedenken, dat de spier na elke samentrekking rust noodig heeft, in welke rustperiode het materiaal voor de prikkel in de knoop van Keith zich weer ophoopt Teleologisch geredeneerd is het van groot belang, dat de spier zijn prikkelbaarheid na elke contractie verloren heeft, dat er een refractaire phase optreedt.

Sluiten