Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. DE LONGVERSCHI.JNSELEN BIJ I)E TUBERCULEUZE BRONCHOPNEUMONIE.

Ook hierover kan ik kort zijn, omdat de verschijnselen van deze tuberculeuze bronchopneumonie precies dezelfde zijn als van elke andere. De symptomen hangen meer af van de uitgebreidheid, de localisatie en de groepeering der ontstekingshaardjes dan van hun aetiologie. Men vindt dus bij een kind, dat hevig benauwd en cyanotisch is, dat neusvleugelademen vertoont en erg ziek is, de verschijnselen van haardsgewijs verspreide demping met bronchiaalademen, en wat klinkende rhonchi. Deze plekjes kunnen zoowel in de top als aan de basis te hooren zijn, en wisselen van dag tot dag, maar toch minder dan bij de gewone bronchopneumonieën.

De ziekte duurt na eenige weken steeds voort. De temperatuur is vaak minder hoog dan in den beginne, en na eenige weken dus ook lager dan bij de gewone bronchopneumonieën. De algemeene toestand gaat hard achteruit; het kind vermagert, wordt slap en bleek. Maar ook hierin onderscheidt zich de bezitter van gewone bronchopneumonieën niet van de lijder aan tuberculeuze bronchopneumonieën. Het is dan ook weer aan andere localisaties der tuberculose of doordat men weet, dat het kind in de omgeving van een tuberculoselijder geleefd heeft, door een positieve tuberculinereactie of het vinden van tuberkelbacillen in het sputum, dat men de diagnose van de tuberculeuze herkomst der longontsteking kan stellen.

Het verloop van deze tuberculose is meestal vrij acuut doodelijk, gemiddeld na een week of 6. De verschijnselen van benauwdheid, en kortademigheid nemen toe, de afwijkingen worden uitgebreider, en er zijn luid bronchiaal ademen met intensiever demping en meer klinkende rhonchi te hooren, doordat de haarden grooter zÜn geworden. Terwijl de algemeene toestand hard achteruitgaat, sterft het kind aan de ziekte zelf.

Soms sluit zich aan deze ziekte nog een miliairtuberculose aan. In zeldzame gevallen treedt er na de acute symptomen aanvankelijk eenige verbetering op, in zooverre dat de temperatuur wat daalt en het kind weer iets opleeft, maar dan vindt men spoedig op de plaatsen der infiltraten duidelijke teekenen van verweeking en holtevorming.

3. DE LONGYERSCHIJNSELEN BIJ DE KAZIGE PNEUMONIE.

Hier vindt men de typische teekenen van een lobaire pneumonie met bronchiaal ademen, demping, crepiteerende rhonchi en andere typische teekenen van een pneumonie van één kwab. Als het

Sluiten