Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meegewerkt of omdat anaemische kinderen vatbaarder zijn voor infectie.

BLOEDSAFBRAAK.

Het is moeilijker om aan te geven wat de teekenen zijn van een abnormale bloedsafbraak■ Allereerst verdient opgemerkt te worden, dat bij elk normaal kind zooveel bloed wordt vernietigd — ten behoeve van de vorming van de galkleurstof — dat alle bloed in den loop van ongeveer 30 dagen vernieuwd wordt.

Toch bemerken wij van deze normale bloedsafbraak niets dan deze vorming van galkleurstof en de gevolgen daarvan.

Verhoogde bloedsafbraak geeft allereerst vorming van meer galkleurstoffen, die met de gal worden verwijderd. Men kan dit afleiden uit vermeerdering van de uit het lichaam verwijderde uro- en stercobiline: aan een hyperbilinogenie (Zoja). Uit de galkleurstof, die in den darm komt wordt door reductie onder invloed van bacteriewerking urobilinogeen gevormd. Als eerste teeken van meerdere bloedsafbraak vinden wij aldus: vermeerdering van het urobilinogeen van de faeces. Dit is ook bij anaemieën van zuigelingen gevonden (Glanzmann) ')• Dit urobilinogeen wordt geresorbeerd in groote hoeveelheid, komt in de lever, die daarvan normaliter slechts sporen doorlaat, welke met de urine verwijderd worden. Zoodra een al te groote hoeveelheid urobilinogeen door de Vena portae wordt aangevoerd, dan laat delever een deel passeeren en treedt sterke bilinogeenurie op. Hierin zien wij dus een teeken van vermeerderde bloedsafbraak.

Het spreekt vanzelf, dat het omgekeerde van hetgeen hier gezegd is, niet juist zou zijn en dat een vermeerdering van het urobilinogeen van de urine ook het gevolg kan zijn van geheel andere omstandigheden, o.a. een insufficiëntie van de lever, die — ziek zijnde — het urobilinogeen veel eerder laat passeeren.

In zeldzame gevallen kan men nog andere teekenen bij anaemie vinden waaruit kan worden afgeleid, dat er meer bloed wordt vernietigd of althans dat er meer kans bestaat, dat dit zal geschieden. Men heeft waargenomen kinderen met anaemie, waarbij de chromocyten gemakkelijker kwetsbaar waren, zooals bleek bij een onderzoek naar de resistentie dezer chromocyten 2) tegenover zoutoplossingen van afdalende sterkte. Deze „fragilité globulaire" is een gewoon verschijnsel bij de haemolytische icterus en gaat daar gepaard met intense bloedsafbraak. Terwijl normale chromocyten beginnen uiteen te vallen in een oplossing van 0,48—0,44%

NaCl, vindt men hier reeds een begin van haemolyse in oplos-

j

i) Jarhb. f. Kdhlk. 19. Bd.

s) Gorter en de Graaff.

Sluiten