Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Banti ontbreken, die — met het bloedonderzoek — in staat stellen ook de aleukaemische vormen op te sporen.

Locale miltaandoeningen, tuberculose, syphilis, echinococcus van de milt kunnen met de ziekte van Banti verward worden (zie aldaar).

Een chronische malaria kan door de anamnese en door onderzoek van het bloed op malariaparasieten worden uitgesloten. Ook hierbij komt leucopenie voor, evenals bij de kala-azar (anaemia splenica infantum der Italianen), die in Zuid-Italië bij kinderen nogal eens voorkomt, en die te herkennen is, doordat men miltpunctie verricht en in het geaspireerde vocht de parasiet aantoont. Maar er zijn drie ziekten, die zeer moeilijk van de ziekte van Banti zijn te onderscheiden:

1°. de hypertrophische levercirrhose in zijn prae-splenomegale vorm, waarbij evenwel de milt meestal niet zoo groot is als bij de ziekte van Banti, en waarbij in het verloop van de ziekte leververgrooting met icterus pleegt op te treden;

2°. de poortader stuwing*) die door een vernauwing van de V. portae — het gevolg van een in aansluiting aan een navelettering opgetreden pyelephleiitis — veroorzaakt wordt. Daarbij vindt men allereerst in de anamnese, dat het kind een navelettering gehad heeft, maar ook schijnen daarbij de bloedingen uit maag en darm meer op den voorgrond te staan. Misschien kan ook de vondst van collateraal uitgezette venae op den goeden weg helpen. Merkwaardig is, dat ook leucopenie bij deze patiënten is gevonden;

3°. de ziekte van Gaucher, (zie deze), die evenwel dikwijls familiair is, en waarbij de lever öf normaal öf — soms vrij belangrijk — vergroot is, terwijl de anaemie meestal onbelangrijk is, de huid meestal eigenaardig gepigmenteerd en de algemeene toestand vaak vrijwel normaal is.

THERAPIE.

De behandeling, die bij de ziekte van Banti aangewezen is, is de operatieve. Door splenectomie geneest de anaemie en wordt de ontwikkeling van een levercirrhose voorkomen.

De operatie-mortaliteit is tegenwoordig vrij gering. Van de overige behandelingsmethoden heeft men nooit eenig succes gezien, behalve verbetering van de anaemie door de gebruikelijke therapie.

DE ZIEKTE VAN GAUCHER2).

Een familiaire megalosplenie, die vergezeld gaat met anaemie en leucopenie, lichte pigmentatie van de huid en leververgroo-

') Kleinschmidt, Monatssohr. f. Itinderheilk. 1914 Bd. XIII. Orig. p. 505. ') Siegenbeek van Heukelom en Josselin de Jong, Ned. Tijdschr. v. Geneesk. 1910.

Sluiten