Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de regel, dat spieratrophieën door ruggemergslaesie veelal bilateraal symmetrisch zijn, bestaan tal van uitzonderingen, waarvan de voornaamste is de poliomyelitis anterior acuta. Deze zelfde ziekte houdt zich evenmin aan de regel, dat de meeste spieratrophieën, die van een ruggemergslaesie het gevolg zijn het sterkst plegen te zijn aan de peripherie der ledematen. Misschien is dit te verklaren door rekening te houden met de groepeering der kernen in het ruggemerg (zie fig. 162).

De spieratrophieën, die bij polyneuritis optreden zijn ook dikwijls symmetrisch. Daarentegen is uit den aard der zaak de atropine, die het gevolg is van een compressie of ander trauma van één penphere zenuw in den regel unilateraal.

a' c* a*e* &• i» fïss. v. can. voorste

v centr. hoorn.

Fig. 162.

a. i. rugspieren. a. 1. subsc., ax., tric.

»■ ®,,^err; ant- ,ilt- (iorsi- P- '■ voorste arnisp., flexoren,

i. adduut. van de arm. voorarm- en handspioreu.

Bij alle spieratrophieën, die het gevolg zijn van de laesie van de motorische kernen van het le neuron, kunnen andere verschijnselen voorkomen, die voor de diagnose van de herkomst der atrophieën van veel belang kunnen zijn. Men ziet dikwijls in de betroffen spieren fibrillaire trekkingen, zoolang de atrophie niet heel sterk is, en de ziekte niet te lang heeft bestaan. Deze ontbreken daarentegen bij de atrophie door neuritis. Zoowel bij de atrophie door een aandoening van het ruggemerg als die van de periphere zenuwen komt voor een verhoogde idio musculaire conIractiliteit evenals een degeneratiereactie bij onderzoek met den electrischen stroom. Alleen bij de atrophie door neuritis vindt men en hyperaesthesie der spieren en zenuwen.

Sluiten