Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkeling van een opticus atrophie, op gelijktijdig aanwezige hemianaesthesie en hemiplegie.

De pupilreflexbaan verloopt vanaf de retina tot corpus quadrigeminum anticum met de opticus mee. Voorbij de aftakking van deze baan geen pupilreflexstoring. De atrophie der N. optici hangt af van het gestoord zijn der ganglioncellen in pulvinar thalami en corpus geniculatum laterale Een gelijktijdige hemiplegie of hemianaesthesie is te verwachten als de laesie een plaats van de baan treft, waar de pyramidebaan en de baan voor de sensibiliteit dicht in de buurt verloopt (zie schema blz. 440).

Bij tal van hersenaandoeningen is trouwens een gezichtsstoring aanwezig, die niet het gevolg is van een druk op of vernietiging van de opticusbaan. Zoo is een stuwingspapil een zeer veel voorkomende afwijking bij hersenziekten. Het is gewenscht om niet te wachten, totdat deze stuwingspapil gezichtsstoringen geeft, voordat men er naar zoekt. De oorzaak is een hydrops ventriculorum. Men ziet ze voornamelijk bij hersentumoren, bij bydrocephalus, of bij abscessen enz.

Voor de herkenning van de familiaire idiotie van Tay-Sachs, is een oogspiegelonderzoek zeer gewTenscht, waarbij een opticusatrophie wordt gevonden (zie later).

GEHOOR.

Centrale doofheid door een onderbreking van de banen, die van de cochlea langs de N. cochlearis naar het centrum verloopen is bij kinderen zeldzaam. Ik volsta daarom met een zeer kort overzicht, waarbij ik de onderscheiding van een doofheid van nerveuzen aard van een door laesie van het oor kort zal bespreken en even aanstip, hoe de centrale acusticusbaan verloopt.

LOCALISATIE.

De ganglioncellen van het periphere neuron liggen in het ganglion spirale. De periphere uitlooper gaat naar het inwendige oor, de centripetale, volgt de N. acusticus, vereenigt zich met de N. vestibularis uit de halfcirkelvormige kanalen, dringt samen met de N. facialis door de porus acusticus internus en bereikt het verlengde merg achter de N. vestibularis. Hier eindigt het periphere stuk in groepen ganglioncellen, die aan de buitenrand van het corpus restiforme liggen.

Nu ontspringt de centrale acusticusbaan. De vezels uit de centrale kern gaan schuin naar dorsaal en binnen, loopen vóór de Tr. spinalis N. trigemini en dringen zich in tusschen de bundels van den lemniscus. Midden in de pons kruisen zij zich en komen

Sluiten