Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reflexen, enz.) in liet leven, en voeren dan, uitsluitend langs den tractus spino-thalamicus, die impulsen naar het centrum toe.

Andere extero-receptieve impulsen, nauw aan proprio-receptieve verbonden, nemen den weg der lange dorsale wortelvezels, bereiken over de achterstrengkernen heen, langs den lemniscus medialis, de hoogste afdeelingen

van het centrale orgaan.

Op die wijze werd getracht rekenschap te geven van de drievoudige bewustwording der extero-receptieve impulsen, als niet gelocaliseerde tastgewaarwording, als tastgewaarwording met pijn en als aan diep gevoel vei bonden tastgewaarwording.

Diezelfde gedachtengang kan gelden voor den N. trigeminus zoolang zijn wortelvezels in den tractus spinalis een gelatineuse kern bezitten, welke in bouw met die van het ruggemerg overeenstemt.

Maar die kern begint al ter hoogte van de naar buiten gaande vagusvezels kleiner te wordên. Dan treedt er geleidelijk een andere bouworde voor in de plaats.

In tig. 194 is een aan Cajal ontleend Go 1 gi-praeparaat weergegeven en praeparaten volgens Nissl geven beelden, die daarmede volkomen

in overeenstemming zijn.

Op de plaats der zonale cellen der substantia gelatinosa uit de hooge halssegmenten (zie fig. 103) worden meerdere lagen langgerekte, mijter- of spoelvormige cellen van matige grootte gevonden. Zij worden door Cajal onderscheiden in „cellules intevstitielles en in „cellules marginciles van den tractus spinalis, al naar zij hun axonen naar de eilandjes of naar de diepe spongiosa richten.

Kleine cellen — Cajal's „cellules profondes pctites" — blijven niet langer in rijen geplaatst. Zij zijn in nestjes vereenigd, die eerst in het stratum spongiosum mediale voor den dag komen en zich geleidelijk over de geheele kern verspreiden.

Enkele groote cellen — Cajal's „cellules profondes géanles" — nemen aan de vorming dezer nestjes deel. De meesten liggen echter daartusschen in of mediaal ervan geïsoleerd en zenden hun axonen naar secundaire trigeminusbanen.

Deze groote cellen (verwant met de terminale cellen) vormen met de toenemende vezelmassa der diepe spongiosa en met de celnesten de nieuwe kern, die eerst mediaal ligt van den nucleus gelatinosus en hem eindelijk vervangt.

Deze bouw is niet meer vergelijkbaar met dien der tormatio Rolando. Veeleer zou een vergelijking voor de hand liggen met het geheel der pars intermedia en van de basis van den achterboom in het ruggemerg.

De onderstelling, dat het proximale deel van de kern van den tractus spinalis N. V nog zou dienen voor de huid-innervatie, wordt door haar bouw niet gesteund. Veeleer mag men onderstellen, dat de tractus spinalis N. V. de vezels voor extero-receptieve impulsen alleen afgeett, zoolang

Sluiten