Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet getroffen) is, uit middengroote cellen gebouwd (Zie ffg. 205. 2.). Ook in fig. 204 hebben wij die stralingen met de namen radiatio a en radiatio b en de groote cellen met de naam locus coeruleus a en locus coeruleus b bestempeld.

In verband met hetgeen de degeneratie-experimenten bij het konijn hebben geleerd, mogen wij die beide stralingen, althans voor een aanzienlijk deel harer ' vezels, beschouwen als te bestaan uit autonome wortelvezels die naar den motorischen of naar den 'sensiebelen wortel gaan.

Daarbij blijft echter de mogelijkheid open, dat, zooals wij later zullen zien, er ook vezels van andere beteekenis (secundaire trigeminus vezels) in deze stralingen te vinden zullen zijn.

De overeenkomst tusschen het kerngebied van den N. V. bij menscli en hoogere vertebraten is dan ook zoo groot, dat zij stellig naar hetzelfde beginsel zijn gebouwd.

Ook bij den menscli schijnt het, alsof zich vezels uit het vlechtwerk van den nucleus sensibilis losmaken en als radiatio c naar de kleine hersenen gaan, maar ook bij den mensch heb ik de overtuiging niet kunnen krijgen, dat het ivortelvezels van den N. trigeminus zijn, die zich naar de kleine hersenen begeven.

Wat nu geldt voor de kernen, die gelegen zijn in het niveau waar de N. trigeminus binnentreedt, geldt evenzeer voor de zich in proximale en in distale richting uitbreidende wortels en kernen.

Allereerst voor de radix mesencephalica en den nucleus mesenceplialicvs van de zenuw. Die wortel is bij den mensch een zeer massieve bundel, wellicht in verband met het groot aantal efferent autonome functies, welke zich afsjielen in de holten van het oog, neus en kaken en die ten deele door den N. trigeminus worden aangevoerd. Men vindt dien wortel op de latero-ventrale grens der substantia grisea centralis, tusschen haar en het tegmentum, gelegen. In fig. 204 ziet men nog de beide celgroepen (loc. coer. a en 6), die tot den kop van den nucleus mesencephalicus behooren en waaruit zich de beide uitstralingen (rad. a en rad. b) van den mesencephalen wortel losmaken.

Volgt men, vandaar uitgaande, een serie frontale sneden in proximale richting (fig. 205 1—3), dan wordt het vezelveld der radix mesencephalica mediaal gevonden van de massieve halvemaan-vormige vezellaag, welke aan de bovenste kleine hersensteel of het brachium conjunetivuin cerebelli behoort. Het blijft ervan gescheiden door de medio-ventrale kern van het brachium conjunctivum.

Daar, waar laterale en ventrale rand van de substantia grisea centralis tegen elkander stooten, bereikt de doorsnede van het vezelveld van den wortel zijn grootste breedte.

Is de wortel eenmaal gevormd, dan heeft het vezelveld op dwarse doorsnede den vorm van een wig. Een breed stuk — corWinkler TI. 4

Sluiten