Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tal dwars doorsneden vezelgroepjes opvalt. Die groepjes bevatten de fibrae concomitantes welke het verst in distale richting doordringen. Dit mediaal van den nucleus gelatinosus gelegen kerndeel is gelijk te stellen met de basis van den achterhoorn in de medulla spinalis. Daarin zet zich de kern voort, die onder den naam van nucleus sensibilis b tracti spinalis werd beschreven.

Fig. 209.

Doorsnede door de medulla oblongata van een menschelijk foetus van 45 cM. De snede treft de plaats waar de kleine hersenzijstrengbaan den tractus spinalis N. V bedekt.

fibr.arc.int. — fibrae arcuatae internae. fibr. asc. rad. cerv. — fibrae ascendentes radicum cervicalium funiculi dorsalis. fibr. tr. sp. JS. V. =

fibrae tracti spinalis N. trigemini. = fun. dors: funiculus dorsalis medullae spinalis. n. Burd = nucleus Burdach. n. gelat. Ir. sol. =

nucleus gelatinosus tracti solitarii. n. gel. tr. sp. = nucleus gelatinosus tracti spinalis N. trigemini. n. sens.(b.)tr. sp. = nucleus sensibilis (b.) tracti spinalis N. trigemini. n.Mon. = nucleus Monakow. Ir. sol. — tractus solitarius. tr.sp.eer. dors. = tractus spinocerebellaris dorsalis. tr.sp. N. 1' — tractus spinalis N. trigemini.

Meer mediaal vindt men in deze doorsnede de nucleus cuneatus (Burdach) waaruit mergbezittende fibrae arcuatae internae ontspringen.

De kern van den tractus spinalis bestaat dus ter hoogte van het begin der pvramide uit een nucleus gelatinosus en uit een kern, die door het

Sluiten