Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vezels (fig. 218, 1 en 2 bij [i) maken zich los uit het diffuus gedegenereerde veld rondom de operatiewond.

Zij loopen dicht langs de kernen in den bodem van den 4den ventrikel dwars door de dorsale afdeeling der formatio reticularis tegmenti naar het dorsale 3de gedeelte der raphe, overschrijden haar en komen, nadat zij de formatio reticularis alba der andere zijde zijn doorgegaan, in een dorsaal geplaatst degeneratieveld samen (fig. 218, 2 bij (3). Dit veldje ligt ventraal van den nucleus N. XII, op de grens tusschen de formatio reticularis alba en grisea. liet wordt door de uittredende wortels van den N. hypoglossus in tweeën gedeeld, zoodanig dat een grooter stuk lateraal en een kleiner mediaal er van wordt gevonden.

Deze ontaarde boogvezels geven tijdens hun loop een aanzienlijk aantal vezels af aan beide nuclei N. hypoglossi. Langs dien weg worden reflexen geleid, die van den N. trigeminus uitgaan op de tong-musculatuur. Minder in aantal, maar toch nog talrijk genoeg, gaan van die boog vezeltakjes af, naar alle in het centrale buisgrauw gelegen kernen, in de eerste plaats naar de grootcellige dorsale vaguskernen.

Zoodra echter de dorsale boogvezels het dorsale veldje aan de andere zijde der medulla oblongata hebben bereikt, veranderen ook zij van richting (fig. 218, 3 bij f>). Zij loopen niet langer transversaal, maar slaan in de lengte-as van het ruggemerg de proximale richting in.

Volgt men het op frontale doorsneden proximaalwaarts, dan verandert het degeneratieveld dezer dorsale trigeminusbaan geleidelijk van plaats.

Ter hoogte van den N. VII en daar waar de N. VIII binnentreedt (fig. 218, 4 en 5 bij [i) ligt het lateraal in de dorsale afdeeling der formatio reticularis tegmenti. Het blijft echter nog vrij ver van de substantia grisea centralis verwijderd. Daar waar de radix N. trigemini de kernen dier zenuw bereikt, ligt het degeneratieveld mediaal van en grenzend aan den nucleus masticatorius (fig. 218, 6 bij ji). Dan wijkt het dorsaalwaarts uit en ligt op de grens van de substantia grisea centralis tegen de radix meseneephalicus aan. Zoowel ter hoogte van den nucleus N. IV (fig. 215, 1 bij (i) als ter hoogte van den nucleus N. III (fig. 219, 2 bij [3) wordt het dus lateraal van den aquaeductus Sylvii getroffen.

Ofschoon het dorsale degeneratieveld nergens een zoo compact ontaard veld is als het ventrale degeneratieveld, is het toch in de medulla oblongata en in den pons Varoli een veld, waar de ontaarde vezels dicht bijeen liggen.

In den hersensteel verspreiden zich de ontaarde vezels in ventrolaterale richting. In de snede, die door het corpus geniculatum mediale gaat, (fig. 219, 3 bij [3) heeft het den schijn, alsof het dorsale en het ventrale veld van ontaarde vezels met elkander samenhangen.

Zoodra de snede het distale' einde van de ventrale kerngroep van het diencephalon treft (fig. 219, 4 bij |3) gaat het dorsale veld in de stria medullaris intermedia tlialami over. Het ligt in deze stria, die de ventrale

Sluiten